Dit heeft de rechter gisteren geoordeeld in een zitting in Den Haag. Eerder beweerde het ministerie dat de pas minder functioneel zou zijn als alleen op de identiteit kan worden gecontroleerd bij de afgifte van een Rijkspas. Om fouten te voorkomen zou het nodig zijn om het Burgerservicenummer ook te gebruiken. Dit staat op identiteitsbewijzen en zou daarvoor geschikt zijn.

Die mening deelt het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) niet, na een controle. Het CBP stelt dat het gebruik van het BSN overmatig is en dat dit vanuit oogpunt van privacy dan ook niet mag. Dat dit nummer niet zou worden opgeslagen doet daar volgens de toezichthouder niets aan af en het CBP legde het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een dwangsom op met als boodschap: stop de verwerking.

Groot belang

Schultz ging niet akkoord en stapte naar de rechter. In samenspraak met het CBP werd de fase van bezwaar overgeslagen en werd meteen de hulp van de rechter ingeschakeld. Tijdens de twee uur durende zitting van gisteren benadrukte de landsadvocaat dat er bij een verlies grote problemen voor alle overheden die de Rijkspas gebruiken zouden ontstaan.

Volgens het CBP is dat complete onzin en zijn er inmiddels duizenden gebruikers van de Rijkspas die allemaal hun kaart hebben gekregen zonder vastlegging van het BSN. Bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie werkt de pas bijvoorbeeld uitstekend zonder het BSN. Verder is het volgens het CBP onzin dat de pas zonder nummer minder functioneel zou zijn.

Publiekrechtelijke taak

De rechter heeft nu geoordeeld dat het BSN alleen gebruikt mag worden voor een zuivere publiekrechtelijke taak. En ondernemingen kunnen eveneens toeganspassen uitgeven, en dus is het geen zuivere overheidstaak. Het oprekken van bevoegdheden mag dan dus niet.

Ook is het volgens de rechter prima mogelijk om een andere manier de identiteit van mensen vast te stellen. Het bijhouden het BSN is daarbij een stapje te ver en mag dus niet. Dat is in de Wet bescherming persoonsgegevens verboden.

Het beroep is daarom ongegrond en de dwangsom blijft staan. Bij ministerie en het CBP wil niemand reageren. Schultz heeft zes weken om in hoger beroep te gaan.