Een Amerikaanse commissie bracht vorige week naar buiten dat in 2007 en 2008 een tweetal satellieten zijn gehackt. De aanvallen zouden afkomstig zijn van Chinese ip-adressen.

'China ook slachtoffer'

De commissie beschuldigt de Chinese overheid in het rapport niet direct van de hack. Wel stelt de commissie dat de hack in lijn is met Chinese militaire protocollen die het ontmantelen van vijandelijke ruimtesystemen als doel hebben, meldt persbureau Bloomberg.

De Chinese woordvoerder Buitenlandse Zaken, Hong Lei, doet de aantijgingen van Amerika af als: "Niet de moeite waard om op te reageren." Hij vindt dat de commissie China door een gekleurde bril bekijkt. "Dit rapport is niet de waarheid en opgesteld met bijbedoelingen. China is ook een slachtoffer van hackaanvallen en we zijn tegen elke vorm van cybercrime inclusief hacking", stelde Lei tijdens een persbijeenkomst in Peking.

Manipulatie satellieten

Uit het rapport blijkt dat twee Amerikaanse satellieten vier keer zijn gehackt in 2007 en 2008 via een grondstation in Noorwegen. De satellieten, die dienden voor klimaat- en terreinobservaties, waren tijdens de hack minutenlang onbereikbaar. De commissie denkt dat de aanval is opgezet om te kijken hoe gemakkelijk een satelliet te hacken is.

De commissie waarschuwde dat hackers de satellieten mogelijk beschadigden of manipuleerden. Het grondstation in Noorwegen (Spitsbergen) gebruikt daarnaast internet voor het versturen van bestanden en die verbinding is door hackers misbruikt. Het rapport waaruit de schade moet blijken verschijnt in november.

China krijgt de schuld

Amerika beschuldigt de Chinese overheid vaker van cybercriminaliteit. Zo zou China een licentie op de broncode van Windows hebben waarmee Chinese hackers een cyberoorlog kunnen voeren.

Verder beweren Amerikaanse diplomaten dat de Chinese Communistische Partij vorig jaar opdracht gaf voor de hack op Google. De Chinese overheid bestempelde deze beschuldiging als ongegrond en denigrerend.