Informatie wordt vaak (al dan niet tijdelijk) opgeslagen op servers die in het buitenland staan. “Buitenlandse inlichtingendiensten maken graag gebruik van dergelijke kansen”, zegt de Algemene Inlichtingen en Veiligheids Dienst in zijn jaarverslag. “Uitwisseling van gevoelige informatie over de telefoon en via email vormt altijd een risico, mede doordat dergelijke communicatie via knooppunten in het buitenland kan lopen. ”

Buitenlandse inlichtingenofficieren, onder meer uit China, tonen belangstelling voor Nederlandse bedrijven, met name uit de technologische sector, zegt de AIVD. Ook de Russische geheime diensten hebben zich daarin actief getoond. De AIVD heeft Nederlandse bedrijven die in de belangstelling staan van de buitenlandse cyberspionnen gewaarschuwd “en waar mogelijk spionageactiviteiten gefrustreerd.”

Weerstand tegen dreiging

De AIVD zegt een analysemethode te hebben ontwikkeld die bedrijven en overheden helpt “de weerstand tegen de dreiging” te verhogen. Daarin wordt onder meer samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie. Met de overheden en bedrijfsleven is tevens de Nationale Cyber Security Strategie geformuleerd.

Maar toch blijven zowel overheden als bedrijven nonchalant omtrent cyberspionage, heeft de veiligheidsdienst gemerkt. “Zij zijn niet altijd voldoende bewust van de waarde van informatie waarover zij beschikken.” Ook wordt de veiligheid van technische toepassingen als laptops en smartphones overschat.

Dierenextremisten

De AIVD waarschuwt ook voor dierenrechtenextremisten, die via internet gegevens uitwisselen, acties aankondigen en in hun ogen foute bedrijven aan de digitale schandpaal nagelen. “Toch is er sprake van een teruggang van activiteiten van dierenrechtenextremisten in aantal en intensiteit. Het optreden van de overheid heeft hierin mede bijgedragen”