Met de meetwaarden uit de slimme meter kan een nauwkeurig beeld worden geschapen van het energieverbruik 'achter de voordeur'. Hoe kleiner het tijdsbestek waarbinnen wordt gemeten, hoe nauwkeuriger het energieverbruik kan worden weergegeven.

Wanneer u in bad bent geweest, wanneer u heeft gekookt, wanneer u bent gaan slapen. Daarom worden meetgegevens aangemerkt als persoonsgegevens.

Weigeren of administratief uit zetten

De slimme elektriciteits- en gasmeters zullen door de netbeheerders moeten worden aangeboden wanneer de oude meter kapot is, het huis ingrijpend wordt verbouwd of er een nieuw huis wordt gebouwd. Het voornaamste bezwaar dat enkele jaren geleden tegen de slimme meter bestond, is dat het niet accepteren daarvan een economische delict opleverde.

Maar nu mag de consument de slimme meter weigeren. En mocht er al eentje in huis hangen (meestal is dat zo bij jonge nieuwbouw huizen), dan mag de consument nu bovendien aan de netbeheerder vragen deze 'administratief uit' te zetten. Dit betekent dat de netbeheerder niet langer gegevens uit de meter mag ophalen.

Let op: de netbeheerder mag het niet, maar kán het nog wel. Administratief uit is dus ook echt niet meer dan administratief uit. Dat geeft alvast het belang aan van een goede administratie bij de netbeheerder om 'per ongeluk' uitlezen te voorkomen.

Opt-in regime

Maar daar blijft het niet bij: als de consument de slimme meter accepteert, dan heeft hij nog de mogelijkheid om een 'opt-in regime' te kiezen bovenop het 'standaard regime'. Het standaard regime houdt kort gezegd in dat energieleveranciers de meetgegevens mogen opvragen mits dat noodzakelijk is voor hun wettelijke taken. Deze taken zijn het jaarlijks factureren, het (tweemaandelijks) geven van inzicht in het energieverbruik en het verwerken van verhuizingen en wijzigingen van leveranciers.

Als de consument vaker of juist minder vaak verbruiksoverzichten wil ontvangen, kan hij dat bij de leverancier aangeven. In de wet staat verder dat de netbeheerder aan de leverancier uitsluitend toegang kan geven tot meetgegevens die betrekking hebben op een kleiner bestek dan een dag wanneer daarvoor de ondubbelzinnige toestemming ('opt-in') van de afnemer is gegeven. Dit is opvallend omdat dagwaarden feitelijk ook een beeld kunnen geven van de leefwijze van de bewoners.

Andere dienstenaanbieders

Andere dienstenaanbieders hebben overigens voor alle waarden, ongeacht het tijdsbestek, de ondubbelzinnige toestemming van de afnemer nodig. De wet bestempelt alle 'meetgegevens' hiermee als persoonsgegevens. Of dit juist is, is nog maar de vraag, want de vraag of bepaalde gegevens persoonsgegevens zijn, moet eigenlijk worden beantwoord aan de hand van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

Voor de privacy van de afnemer is dit ondertussen niet bezwaarlijk. Maar we moeten wel bedenken dat er ook andere gegevens door de slimme meter kunnen worden gegenereerd die als persoonsgegevens zouden kunnen worden aangemerkt. Te denken valt aan een signaal dat aangeeft of de afnemer iets ongeoorloofd heeft aangepast aan de slimme meter ('tamper-detectie'), wachtwoorden en of bepaalde functies aan of uit staan.

Netbeheerders

Daarentegen hebben netbeheerders de mogelijkheid om meetwaarden ongeacht het tijdbestek (dus vanaf kwartierwaarden) op te vragen, maar dat mag alleen als het noodzakelijk is voor het uitvoeren van hun wettelijke taken, zoals het beheer van het net. Aangezien de kwartierwaarden het energieverbruik het meest nauwkeurig weer kunnen geven, zijn dit vanuit privacy-oogpunt de meest gevoelige waarden.

Voor de netbeheerders is het daarom van extra belang om nauwkeurig met die waarden om te gaan, en zich bij de verwerking daarvan te houden aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Het is overigens nog wachten op de gedragscode omgang meetgegevens die de gezamenlijk netbeheerders eind 2011 hebben gezegd te willen invoeren.

Opt-in in de praktijk

Het wordt interessant om te zien hoe in de praktijk zal moeten worden omgegaan met 'opt-ins' in geval er meerdere personen op één adres wonen, zoals gezinnen, studenten of woongemeenschappen. Door wie zal de ondubbelzinnige toestemming moeten worden gegeven? Moet de leverancier dan van alle inwonende de ondubbelzinnige toestemming verkrijgen?

Dat volgt in essentie wel uit het vereiste van de ondubbelzinnige toestemming, deze moet immers door 'de betrokkene' worden gegeven (artikel 8 sub a Wbp). Maar wat als één van de bewoners de ondubbelzinnige toestemming weer intrekt? De bewoner handelt daarbij niet namens de andere bewoners en aangezien de meetgegevens in dit geval niet zijn te herleiden tot bepaalde betrokkenen, kan het verzoek ook niet voor bepaalde meetgegevens worden ingetrokken. In feite zou er dan dus per bewoner een slimme meter moeten worden geïnstalleerd; dit kan niet de bedoeling zijn.

Privacy gewaarborgd?

Een belangrijke eerste stap bij het waarborgen van de privacy van de energieafnemers is in ieder geval dat de netbeheerders hen duidelijk zullen moeten informeren over de keuzemogelijkheden: u mag de slimme meter weigeren en als u hem niet weigert of er al één heeft, mag u hem ´administratief uit´ laten zetten.

Daarnaast zullen zowel netbeheerders, leveranciers als andere partijen die energie gerelateerde diensten leveren duidelijke informatie moeten verschaffen over welke gegevens uit de slimme meter worden opgehaald, voor welke gegevens een 'opt-in' nodig is en wat er met de gegevens zal worden gedaan.

En uiteraard zullen al deze partijen zich aan de toepasselijke privacywetgeving moeten houden bij het verwerken van gegevens uit de slimme meter die als persoonsgegevens zijn aan te merken.

Bieneke Braat is advocaat bij Legaltree