Consumenten moeten gecompenseerd worden als het betalingsverkeer door DDoS-aanvallen of reguliere storingen stil komt te liggen. Dat vindt de Consumentenbond, die ontevreden is over de uitkomst van het overleg tussen het Kabinet en de banken van afgelopen maandag. Na afloop van dat gesprek zei voorman Boele Staal van de Nederlandse Vereniging van Banken dat banken niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor verstoringen in het betaalverkeer.

Wel of geen overmacht?

De gevolgen van de DDoS-aanvallen op onder meer ING moeten worden beschouwd als “overmacht” en daardoor valt het de banken niet aan te rekenen, zei Staal. De Consumentenbond is het daar niet mee eens. “Staal wil daarmee de principiële discussie uit de weg gaan wie de verantwoordelijkheid heeft over de financiële infrastructuur. En die is toch echt in handen van de banken”, zegt Sybren Visser, woordvoerder van de Consumentenbond.

Hij vergelijkt de omstandigheden met die in de energie- en telecomsector. Voor de eerste is er inmiddels een compensatieregeling, voor de tweede is die in de maak. In beide gevallen vond de Tweede Kamer dat de leveranciers de consumenten moet compenseren indien er geen gebruik van de diensten of producten kan worden gemaakt. Een dergelijke regeling moet er nu ook komen voor de banken, vindt de Consumentenbond.

Tweede Kamer wordt bewerkt

Om dat te kunnen bereiken is niet alleen Dijsselbloem, maar ook de vaste Tweede Kamer-commissie voor financiën aangeschreven. Daarmee wil de Consumentenbond de discussie verleggen naar de Tweede Kamer, nu het overleg tussen de banken en het Kabinet in deze niets heeft opgeleverd. De Consumentenbond heeft ook de kwestie aanhangig gemaakt in het reguliere Maatschappelijke Overleg Betalingsverkeer, maar dat kan een dergelijke regeling niet afdwingen. “Dat moet politiek worden geregeld”, zegt Visser.

Ook in de telecomsector is veel verzet tegen een compensatieregeling en is er lange tijd een beroep gedaan op overmacht, zoals graafwerkzaamheden, brand of een andere calamiteit. Vorige maand was het ministerie van Economische Zaken de discussie met de sector zat en stuurt nu eigenhandig een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Eind 2012 was de Kamer zelf al voorstander van zo’n wettelijke regeling.