De ‘bug’ is een van die computertermen die je niet moet vertalen. Sterker nog: het staat ook gewoon in Van Dale’s Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal, met (onder meer) de voor ons IT-ers bekende betekenis van “fout in computerprogramma”.

Er bestaat een fraaie anekdote over de oorsprong van het woord in deze betekenis, waarbij de bug en het werkwoord ‘debuggen’ wordt toegeschreven aan Grace Hopper, computerwetenschapper en admiraal bij de Amerikaanse marine, na een incident rond de Mark II calculator aan de universiteit van Harvard.

Het verhaal gaat als volgt:

Op 9 september 1945 wierp het technische team van Harvard een blik op Paneel F en vond daar iets bijzonders in Relay 70. Het was een mot, die ze direct verwijderden en met plakband in het logboek bevestigden. Grace Hopper schreef daar vervolgens onder: “Eerste echte bug gevonden”, en dat is de eerste keer dat iemand het woord ‘bug’ (insect, beestje, ongedierte) gebruikte om een computerfout te beschrijven. De term ‘debugging’ volgde kort daarop.

Het is een mooi verhaal, maar het is wat ‘buggy’, als je me deze slappe woordspeling wilt vergeven.

Om te beginnen ging de Mark II van Harvard pas online in de zomer van 1947, twee jaar na de datum die aan dit verhaal wordt toegeschreven. Maar het is ook wat raar om te zeggen dat de ‘eerste echte bug gevonden’ is als de term ‘bug’ niet al in die betekenis bekend is. Anders slaat de opmerking immers nergens op en mist de grap zijn clou. Trouwens, Hopper heeft het verhaal van de mot in de relay vaak genoeg verteld, maar ze heeft hem niet gevonden en de aantekening in het logboek is ook niet van haar.

De belangrijkste ingrediënten kloppen wel (zoals de datum en de tijd: 9 september 15:45 uur), maar dit is niet hoe het woord ‘bug’ in onze IT-lexicon is opgenomen. Uitvinders en technici hadden het al meer dan een eeuw voor het Harvard-incident-met-de-mot over ‘bugs’. Zelfs Thomas Edison gebruikte het woord. In een brief die hij in 1878 schreef aan Thomas Puskas (volgens The Yale Book of Quotations) stond het volgende:

‘Bugs’, zoals zulke kleine foutjes of probleempjes worden genoemd, duiken op en maanden van intensief bestuderen, waakzaamheid en werk zijn vereist voordat commercieel succes of falen met zekerheid wordt bereikt.

Het ligt voor de hand de computerbug te herleiden tot het (Amerikaans) Engelse woord voor ‘insect’ (in 1620 worden de ‘bedbugs’ (bedwantsen) al genoemd), of zelfs in zijn werkwoordsvorm (“don’t bug me!”) tot ‘ergeren, irriteren’. Maar ook dat zijn betekenissen die later zijn ontstaan.

Taalliefhebbers hebben de oorsprong van het woord ‘bug’ herleid tot een oude term voor iets engs, een monster; een woord dat je nu nog tegenkomt in obscure Engelse woorden als ‘bugaboo’ en ‘bugbear’, en zelfs in het wat bekendere ‘boogeyman’. Net als de gremlins, die wij vooral uit de films kennen, maar die in het Engels taalgebied geassocieerd worden met falende machines, zijn systeembugs kwaadaardig. Iedereen die ooit een redelijke poging heeft gewaagd om alle fouten uit een systeem te halen, weet precies hoe dat voelt: na een paar uur ‘debuggen’ blijf je zitten met een paar vervloekte problemen waar je maar niet je vinger achter krijgt en die je met een duivelse grijns blijven aanstaren.

En dat is de ware oorsprong van het woord ‘bug’. Maar het verhaal van de mot in de machine blijft natuurlijk wel erg leuk om te vertellen.

Bron: Techworld