Het opslaan van check-in data van vliegtuigpassagiers, inclusief credit carddata, om dat vervolgens ter beschikking te stellen aan het Department of Homeland Security in de VS is onwettig. Het "strookt niet met de fundamentele rechten". Dat is de officiële mening van de advocaten die de Europese Commissie (EC) adviseren. Dit juridische oordeel is naar buiten gekomen doordat een interne memo in handen is gekomen van de Britse krant The Guardian.

Cruciale mening

De Verenigde Staten wil passagiergegevens 15 jaar lang bewaren, inclusief creditcardgegevens, telefoonnummers en adressen. Europa heeft daarmee ingestemd, zo bleek eind mei dit jaar. Het gaat om een ontwerpovereenkomst die eveneens is gelekt aan The Guardian.

De nu opgedoken memo is van 16 mei jongstleden waarin de juridische afdeling van de Commissie stelt "zware twijfels" te hebben of het zogenaamde passenger name record (PNR) verdrag wel in overeenstemming is met het recht op databescherming. Volgens de Britse krant kan de mening van de juridische afdeling cruciaal zijn omdat de Commissie voor een deal met de VS de toestemming nodig heeft van het Europese Parlement (EP) en de ministers.

Oordeel rechter vereist

Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië en andere landen zijn nog steeds faliekant tegen de plannen voor het delen van de passagiersgegevens. Het plan wordt alleen gesteund door de Britten, Ieren, Zweden en Esten.

Leden van de Europese Commissie stellen tegenover The Guardian dat de officiële juridische opinie niet zo heel erg belangrijk is omdat die alleen kan worden getest door de rechter. De juristen maken zich vooral zorgen over de opslagperiode van 15 jaar, het gebrek aan onafhankelijk toezicht en het gebrek aan fatsoenlijke opties om misbruik van die persoonlijke data aan te vechten.