In een brief aan de Tweede Kamer zet demissionair minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin uiteen welke vragen er beantwoord gaan worden in het beloofde onderzoek naar internet- en telefoontaps. Hirsch Ballin beloofde dit onderzoek aan de Kamer na de opschudding die ontstond nadat via Webwereld bekend werd dat het aantal internettaps explosief stijgt. Verschillende partijen stelden Kamervragen over de kwestie.

De minister maakt bekend dat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) in oktober dit jaar start met een onderzoek. In het najaar van 2011 worden de resultaten bekendgemaakt.

Internettaps

Het WODC gaat onderzoek doen naar de hoge aantallen Nederlandse tapbevelen in vergelijking met het buitenland en het gemak waarmee taps worden ingezet. Daarnaast wordt onderzocht wat de reden is van de "explosieve groei" van het aantal internettaps en de effectiviteit daarvan. Daarnaast moet ook duidelijk worden of alle afgetapte mensen daar achteraf van op te hoogte worden gesteld, zoals de wet vereist.

"Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in het feitelijke gebruik van de bijzondere opsporingsmethode van de telefoon- en internettap in de opsporing, vervolging en bewijsvoering in strafzaken", schrijft de minister.

Rechters

"Tevens beoogt het onderzoek inzicht te bieden in de wijze waarop rechters commissarissen (RC’s) omgaan met het op vordering van de officier van justitie verlenen van de machtiging voor een tapbevel en in de redenen waarom en mate waarin zij al dan niet overgaan tot het verlenen van een machtiging. Voorts beoogt het onderzoek inzicht te verschaffen in de naleving van de verplichting tot notificatie in de praktijk."

Dit onderzoek staat los van het bekendmaken van de aantallen internettaps. Die cijfers maakt het ministerie van Justitie tegelijkertijd bekend met de aantallen telefoontaps. Dat gebeurt in het departementale jaarverslag over 2010. De eerste officiële tapcijfers zullen dus op zijn vroegst begin 2011 bekend worden.