In de nieuwe wet is een belangrijke rol weggelegd voor het bedrijfsleven om zelf via onderlinge afspraken garanties te bieden voor de privacy van de consument. "Maar met name de toegenomen technische mogelijkheden voor het verzamelen, koppelen, analyseren en opslaan van persoonsgegevens vormen een steeds grotere bedreiging voor deze privacy", meent de EPN. Ook denkt de EPN dat het bedrijfsleven een 'vrijblijvende houding' heeft als het gaat om privacy en dat het toezicht van de overheid 'verbrokkeld' is. De organisatie pleit daarom voor de instelling van 'één krachtig orgaan dat namens de overheid toezicht houdt op de door het bedrijfsleven te maken afspraken'. Volgens de EPN ligt het College Bescherming Persoonsgegevens het meest voor de hand als toezichthouder. Daartoe zou de overheid het College wel meer geld en bevoegdheden moeten geven. Het College zou volgens de EPN de manier waarop bedrijven omgaan met persoonsgegevens vervolgens moeten waarmerken.