Dat stelt de FBI in zijn vrijdag gepubliceerde Computer Crime Survey. Aan het onderzoek deden meer dan tweeduizend Amerikaanse bedrijven mee met inkomsten van meer dan 1 miljoen dollar per jaar.

Van de ondervraagde bedrijven meldt 87 procent het afgelopen jaar last te hebben gehad van dreigingen die niet door de beveiligingssoftware werden gestopt. Eenvijfde geeft zelfs aan twintig keer of vaker te zijn aangevallen.

Systeembeheerders suggereren dat virussen en spyware hen de meeste zorgen baren, gevolgd door poortscans, netwerksabotage en pornografie. Pornografie is in de Verenigde Staten niet illegaal, maar bij de meeste bedrijven wel in strijd met het beleid.

Veel bedrijven registreren waar de aanvallen vandaan komen. Meer dan de helft van de aanvallen zou in gang worden gezet in China of in de Verenigde Staten zelf. De verdeling geeft echter een vertekend beeld weer, geeft de FBI toe. Zo kan een Roemeense hacker bij de overname van een computer in de Verenigde Staten een gehackte computer gebruiken die (bijvoorbeeld) in China staat.

"De moeilijk te achterhalen ip-adressen, de beperkte mogelijkheden om in China hackers te vervolgen en andere economische, militaire en politieke overwegingen, maken de statistieken buitengewoon zorgelijk", stelt de FBI. De federale recherche berekende dat de 1324 bedrijven die aangaven vorig jaar geld te hebben verloren aan computer- of internetcriminaliteit ongeveer 32 miljoen dollar aan schade hebben geleden – gemiddeld 24.100 dollar per bedrijf.

Opmerkelijk is dat 44 procent van de bedrijven meldt aanvallen te hebben geregistreerd die van binnen afkomstig zijn. De FBI noemt dit een 'sterke aanwijzing' dat interne controle nog altijd 'extreem belangrijk' is.