Het beveiligingsbedrijf realiseert die ambitie door zich aan te sluiten bij The Maastricht Forensic Institute (TMFI), dat zich sinds april in de markt profileert als een concurrent van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Niet helemaal nieuw

Fox-IT doet, net als andere marktpartijen, al langer forensisch onderzoek, maar wil nu als eerste zich echt op strafrechtelijk onderzoek richten. "Eerder werden wij wel bij onderzoeken in de tactische zin betrokken, maar niet voor forensisch onderzoek", zegt directeur Ronald Prins tegenover Webwereld.

Prins verwacht dan niet de strijd te hoeven aan te binden met het National High Tech Crime Center van de overheid, die zich met diepgravende onderzoeken bezig houdt. "Dat zijn andere zaken", stelt hij. "Waar we ons nu op richten zijn voor de traditionele zaken, zoals moorden en overvallen waar veel bewijs op de computer te vinden is."

Hij benadrukt dat juist dat het zoeken naar bewijs op een computer erg tijdrovend is als dat goed gebeurt. "Ik denk daar ruimte zit voor ons", stelt Prins. Hij denkt dan bijvoorbeeld aan Officieren van Justitie die hun zaak rond willen "en wat verder willen kijken dan de standaard organisaties waar ze nu heengaan." Een andere mogelijkheid ziet hij in het meegaan met invallen om gegevens op computers veilig te stellen.

OM voorzichtig positief

De kans dat een dergelijke samenwerking van de grond komt, is niet denkbeeldig. Het landelijk Openbaar Ministerie zegt in een eerste reactie wel positief tegenover de ontwikkeling te staan. Ook overweegt de organisatie serieus van expertise gebruik te gaan maken. "Ik hoop dan wel dat het met de certificeringen goed geregeld is", zegt een woordvoerder in een reactie. "Dat was bij het TMFI bij de oprichting niet rond, maar als dat wel het geval is dan zie ik geen reden waarom we dat niet zouden doen."

Prins vreest diskwalificatie niet, omdat zijn bedrijf erkent is als recherchebureau, de medewerkers door de AIVD gescreend zijn en over de nodige certificeringen voor het onderzoek beschikken. "In het verleden heeft het Openbaar Ministerie enthousiast gebruik gemaakt van onze rapporten in stafzaken."

Hij wijst er ook op dat de wet alleen voorziet in harde regels voor het onderzoek naar DNA en alcohol. "Maar uiteindelijk is het aan de rechter om vast te stellen of iemand deskundig genoeg is om te getuigen. Die heeft dan ook het laatste woord."

Concurreren met het NFI

De samenwerking met het TMFI betekent dat er geconcurreerd wordt met het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) dat zelf ook digitaal forensisch onderzoek doet. De overheidsinstelling heeft eerder al aangegeven geen strijd te ervaren en wijst erop dat ze nu meer zaken op hun bord hebben dan ze eigenlijk aankunnen.

In dat laatste zou het NFI wel eens gelijk kunnen hebben. De experts van de organisatie zijn in het verleden door Fox-IT klaargestoomd voor het halen van de nodige examens. Ook is sommige kennis zo specialistisch dat concurreren niet mogelijk is. "Het NFI doet zaken die wij nooit zullen doen, omdat de nodige apparatuur daar echt heel erg duur voor is", denkt Prins. "Het NFI zal zaken moeten blijven doen die commercieel niet interessant zijn."