Er is jarenlang tegen gestreden, de bewaarplicht voor telecommunicatiegegevens kwam er toch, maar blijkt in flagrante schending met de EU-handvesten van grondrechten. Dat concludeert advocaat-generaal bij het EU-Hof Pedro Cruz Villalón in een gecombineerde zaak uit Oostenrijk en Ierland.

Doel legitiem, maar richtlijn rammelt

Minimumwaarborgen voor toegang en exploitatie van deze extreem privacygevoelige data ontbreken en de bewaartermijn van maximaal twee jaar is te lang, constateert Villalón. Overigens vindt hij het doel van de richtlijn, het garanderen dat deze gegevens beschikbaar zijn voor opsporing van zware criminelen, “geheel legitiem”.

Maar door de cruciale mankementen is de richtlijn “in haar geheel onverenigbaar is met het in het Handvest voor de grondrechten”. Het woord is nu aan het EU-Hof zelf. In Brussel wordt al gesleuteld aan een aangepaste richtlijn, mede omdat de Duitse hoogste rechter al een streep door de dataretentie had gehaald.

In Nederland worden telecomgegevens 1 jaar opgeslagen, en internetdata een half jaar.

Europarlementariër Sophie in't Veld vindt de conclusie van de AG een kerstcadeau:

De gehele conclusie:

Opinion of AG in Digital Rights Ireland data retention challenge