Het zogeheten 'Track & Trace' systeem is vanaf vandaag officieel in gebruik genomen bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het NFI heeft met de ingebruikname van het systeem een Europese primeur.

Met de Radio Frequency Identification (RFID) worden alle stukken van overtuiging (svo's) traceerbaar en identificeerbaar. Svo's zijn bewijsstukken en sporen die door de politie op de plaats van een delict worden verzameld. Per jaar worden er ongeveer 80.000 bewijsstukken naar het NFI verstuurd. Met behulp van Track & Trace kan de lokatie van svo's te allen tijde worden opgevraagd.

Schiedamse Parkmoord

Onder andere naar aanleiding van de Schiedammer Parkmoord is er de vraag naar een traceringssysteem ontstaan. In deze zaak heeft door Justitiële dwaling een onschuldige man tot vier jaar in de cel doorgebracht. In het evaluatierapport van deze zaak is onder andere bepaald dat de mogelijkheid moet bestaan om svo's fysiek te volgen en te registreren.

Elke bewijsstuk krijgt op de plaats delict meteen een sticker met daarop een uniek Sporen Identificatie Nummer (SIN). De sticker bevat een chip, een streepjescode en een numerieke code: dit SIN bestaat uit vier letters, vier cijfers en de code NL.

Niet zonder risico's

Ook al spreekt het persbericht van procesinnovatie binnen het NFI van een hypermodern sporenregistratiesysteem, toch is het gebruik van RFID-techniek niet zonder risico's. Zo werd eind 2007 de RFID-chip Mifare Classic gekraakt, en ligt het algoritme en delen van de broncode ervan nu definitief op straat.

Op de HOPE beveiligingsconventie in juli van dit jaar in New York toonden hackers bovendien hoe makkelijk het is om RFID-kaarten te kraken en te klonen.