De rechter vond begin deze maand dat Privacy First ten onrechte een rechtszaak tegen de Nederlandse staat had aangespannen omdat het geen direct belang heeft in deze zaak. De stichting had de staat voor het gerecht gedaagd omdat de nieuwe Paspoortwet in strijd zou zijn met de mensenrechten en in het bijzonder het recht op privacy.

Onderdeel van de Paspoortwet is de verplichting vingerafdrukken af te staan bij het aanvragen van een nieuw paspoort. Die vingerafdrukken worden opgeslagen in zowel een decentrale database bij de gemeente als een toekomstige centrale database, beheerd door het Rijk. Tegen die opslag vecht Privacy First samen met 21 burgers. Die 21 mede-eisers zijn door de rechtbank eveneens niet ontvankelijk verklaard, omdat die eerst langs de bestuursrechter moeten gaan.

Bestuursrecht drempel voor burgers

Privacy First heeft na analyse van de advocaten van SOLV besloten in hoger beroep te gaan, omdat de club als ideële stichting juist alle belang heeft bij deze zaak. Daarnaast hebben burgers nauwelijks toegang tot het bestuursrechterlijke proces omdat de procedures hierin zeer lang en omslachtig zijn. Het hoger beroep wordt afgehandeld door het Gerechtshof in Den Haag. Onduidelijk is nog wanneer de zaak wordt behandeld.

Privacy First noemt het een voordeel dat tijdens de hoger beroepprocedure de Europese Commissie de nieuwe Paspoortwet gaat onderzoeken op strijdigheid met het recht op privacy. Daarnaast wijst de stichting op het groeiende verzet in de Tweede Kamer tegen de centrale opslag van de vingerafdrukken. Ook komt er op 15 maart nog een rapport van de WRR uit over de zaak. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid liet zich al eerder kritisch uit over de vingerafdrukkendatabase.

Nog meer rechszaken

Er lopen ook nog andere rechtszaken van burgers tegen het afgeven en de opslag van vingerafdrukken bij het aanvragen van een nieuw paspoort. Bijvoorbeeld Louise van Luijk uit Den Haag. Zij beschrijft haar verzet tegen de Paspoortwet op deze site. Afgelopen maandag werd haar zaak inhoudelijk behandeld. Op 23 maart doet de Haagse rechtbank uitspraak.