Vint Cerf, één van de grondleggers van het Internet, schrijft in de New York Times dat rechters en landen als Frankrijk en Estland het internet ten onrechte als burger- of mensenrecht bestempelen.

Geen mensenrecht

Om iets tot mensenrecht te verheffen moeten mensen het volgens Cerf nodig hebben om een gezond en betekenisvol leven te lijden, met vrijheid van denken en vrijwaring van marteling. Het is volgens hem verkeerd om een technologie onder deze verheven categorie te scharen, omdat de rechten van de mens anders verwateren.

Wel vindt Cerf het internet een onvervangbaar hulpmiddel voor het realiseren van een reeks mensenrechten. Hij sluit zich hiermee aan bij een recent rapport van de Verenigde Naties waarin wordt gesteld dat het internet een onmisbaar middel is voor het realiseren van een reeks mensenrechten.

Veilig internet

De internetvader ziet het internet ook als een belangrijk netwerk voor het uiten van mensenrechten. Cerf wijst op de kracht van internet als communicatieplatform, zoals tijdens de Arabische lente. Volgens hem rust op techneuten en instanties de zware plicht om gebruikers veilig te laten internetten, door het bieden van bescherming tegen malware die computers besmetten.

"Het verbeteren van het internet is slechts één van de zaken, hoewel erg belangrijk, om de menselijke situatie te verbeteren. Het moet gedaan worden met het besef dat burger- en mensenrechten beschermd moeten worden - zonder de pretentie dat toegang zelf een recht is", aldus Cerf.