Politie en Justitie gaan het gebruik van stealth-sms’jes om verdachten te lokaliseren beter documenteren en op zoek naar "de juiste wettelijke grondslag". Maar die kan gevonden worden binnen de bestaande wetten, er is geen wetswijziging voor nodig. Dat stelt het ministerie van Justitie in een reactie op de kritiek van het Hof Den Bosch op het gebruik van stille sms’jes.

Onderdeel van telefoontap of observatie?

Stealth-sms wordt sinds 2005 ingezet. Hiermee stuurt de politie een leeg sms-bericht naar het mobiele nummer van de verdachte. Diens toestel straalt daardoor de dichtstbijzijnde gsm-antenne aan voor de ontvangst van dit onzichtbare bericht. Op basis van zendmastdata van de mobiele provider kan de politie de locatie van de verdachte op dat moment achterhalen.

De methode wordt niet alleen veelvuldig ingezet bij zware strafzaken, het wordt ook slecht bijgehouden en vaak zelfs bewust achtergehouden uit het strafdossier.

Het Hof oordeelde onlangs in de Begonia-drugszaak dat de inzet van stealth-sms’jes een niet wettelijk geregelde, heimelijk opsporingsmethode is. De rechters stellen dat de techniek een “betekenisvolle inbreuk op grond- en vrijheidsrechten” kan opleveren en “risicovol is voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing” die niet wordt afgedekt door artikel 2 Politiewet en artikelen 141 en 142 Wetboek van Strafvordering. Een “bijzondere wettelijke grondslag voor het gebruik van deze opsporingsmethode is noodzakelijk”, aldus het Hof.

Tot nog toe stelt het openbaar ministerie telkens dat de stealth-sms onderdeel is van een tap op een mobiele telefoon. “Het is geen bijzondere bevoegdheid in de zin van de wet. Het is een bijwerking van het afluisteren van telefoons, de tapbevoegdheid. En voor het aftappen is dan reeds een machtiging van rechter-commissaris verkregen,” stelde de woordvoerder van het Landelijk Parket in 2011.

Andere grondslag, betere procedures

Maar die vlieger gaat na het arrest van het Hof Den Bosch niet meer op. Dat houdt echter niet in dat de wet aangepast moet worden, vindt Justitie. “Het gebruik van stealth-sms is door andere rechters eerder al wel goedgekeurd, en ook in deze specifieke zaak heeft het geen gevolgen voor het verdere proces”, aldus de zegsman van het ministerie.

Wel gaat de politie de procedures verbeteren en zal, afhankelijk van de zaak, de juiste grondslag worden aangevoerd, reageert Justitie. Mogelijk komt de stealth-sms dan bijvoorbeeld onder een ander regime te vallen, zoals stelselmatige observatie, artikel 126g van de Wet Bob (Bijzondere opsporingsbevoegdheden). het hangt af van de zaak en de frequentie van de inzet van stealth-sms.

Parlement en rechter nodig

Digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom vindt echter dat gerechtelijke controle nodig is vóór en na de inzet van dit middel. Ook zou het parlement zich over de wenselijkheid van de stealth-sms moet uitlaten en moet er meer duidelijkheid komen over de grootschalige inzet van dit middel.