Dit schrijft de minister aan de Tweede Kamer in een reactie op Kamervragen die zijn gesteld door de SP en Groen Links. Deze werden gesteld naar aanleiding van een publicatie van Webwereld waaruit blijkt dat het aantal internettaps bij de providers die zijn aangesloten bij de Nationale Beheersorganisatie Internet Providers (NBIP) de afgelopen jaren sterk is gestegen. Deze stijging zal alleen maar doorzetten, reageert Hirsch Ballin.

"Een toename van dit relatief jonge opsporingsinstrument ligt voor de hand nu ook het gebruik van internet een zeer sterke groei heeft doorgemaakt in de afgelopen jaren. Dit zal naar verwachting nog verder toenemen met de groei van het (mobiel) gebruik van internet", aldus Hirsch Ballin in zijn schriftelijke antwoord.

Stijging

De minister zegt dit ondanks zijn stelling dat er volgens hem op dit moment geen stijging is waar te nemen. Het ministerie houdt zelf namelijk pas sinds 1 januari 2010 het aantal internettaps bij en gaat liever af op eigen cijfers dan op de cijfers van het NBIP. "In hoeverre er sprake is van een stijging van het aantal internettaps, valt niet te beoordelen", luidt zijn conclusie dan ook.

Uit gegevens van het NBIP bleek eerder dit jaar dat in 2009 335 internettaps werden geplaatst op een aantal van 1,5 miljoen eindgebruikers. De 335 taps zijn goed voor een totaal van 8920 tapdagen door Justitie en de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD). Gemiddeld is de duur van een internettap 27 dagen. In 2006 werden er nog 69 taps geplaatst op een aantal van 1,5 miljoen eindgebruikers. Vergeleken met 2006 is het aantal internettaps in 2009 met 385 procent toegenomen.

Duidelijkheid in 2011

Justitie belooft de de eigen cijfers over de aantallen internettaps tegelijkertijd met de nieuwe aantallen telefoontaps openbaar te maken. Dat gebeurt in het departementale jaarverslag over 2010. De eerste officiële tapcijfers zullen dus op zijn vroegst begin 2011 bekend worden.

De Tweede Kamer heeft dinsdag openheid afgedwongen over taps gezet door de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD). Daardoor gaat er ook openheid komen over de aantallen telefoon- en internettaps van de inlichtingendiensten. De minister wilde dit tegenhouden omdat openbaring "teveel zicht zou bieden op de werkwijze van de geheime diensten". Tot op heden was er alleen enige openheid over de taps die zijn gezet door Justitie.