De Ministeries van Justitie en Economische Zaken (EZ) willen ook een centrale opslag voor de verkeersgegevens die in het kader van de nieuwe bewaarplicht moeten worden opgeslagen door providers. De centrale opslag moet gebeuren bij het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT). Dit orgaan wordt al enkele jaren door opsporingsdiensten gebruikt voor het massaal opvragen van de naw-gegevens behorende bij telefoonnummers en ip-adressen.

De digitale burgerrechtengroepering Bits of Freedom ontdekte die opzet vorige week tijdens een informatiemiddag over de technische implementatie van de bewaarplicht. Ook wil de overheid volgens BoF "marktwerking introduceren bij het assisteren van isp's om te voldoen aan de bevragingsverzoeken door opsporingsdiensten". De informatiemiddag was georganiseerd door het ministerie van EZ.

Onrechtmatig opvragen

BoF laat weten dat de uitbreiding van de taken van het CIOT "een groot risico voor de privacy" betekent. Dat stelt de organisatie omdat de opsporingsdiensten in 2008 "ook al onrechtmatig handelden bij massale opvragen van gegevens uit het CIOT".

Dat misbruik is gebleken uit een recente audit naar het gebruik van het CIOT. Die audit is gedaan in opdracht van de overheid, maar de resultaten zijn tot voor kort stil gehouden. Het onderzoek is toch boven water gekomen door inspanningen van Rejo Zenger, die hiervoor een beroep deed op de Wet Openbaarheid van Bestuur.

Zenger heeft de resultaten op zijn eigen site samengevat. Het aantal bevragingen van het CIOT neemt zeer snel toe: van 991.000 in 2004 naar 2,8 miljoen bevragingen in 2008.

Waarborgen nodig

Bits of Freedom pleit voor meer "technische en juridische waarborgen die onrechtmatige bevraging voorkomen". De organisatie gaat daar later deze week bij de isp's en de betrokken ministeries aandacht voor vragen.

De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens, die eerder dit jaar werd aangenomen, verplicht telecomaanbieders alle verkeersgegevens van internetverkeer, telefonieverkeer en locatiegegevens op te slaan. Voor internetverkeer geldt een bewaartermijn van zes maanden, voor ander verkeer een periode van een jaar.