Die samenwerking wordt ondergebracht in een Nationale Infrastructuur Bestrijding Cybercrime, zo schrijft staatssecretaris Karien van Gennip van Economische Zaken, mede namens de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken, in een brief aan de Tweede Kamer.

Voor het National High-Tech Crime Center (NHTCC) dat tot 1 januari heeft gefunctioneerd, is een nieuwe oplossing bedacht. "Voor de bestrijding van cybercrime die kan worden gekwalificeerd als vormen van zware, georganiseerde criminaliteit, wordt - als uitvloeisel van het project NHTCC – een nationale voorziening opgericht bij de Dienst Nationale Recherche (KLPD)", aldus het ministerie.

"Deze voorziening is een soort unit die bij het KLPD komt en die zich gaat bezighouden met de opsporing van cybercriminelen", legt een woordvoerder van Economische Zaken uit.

De bedoeling is dat de Nationale Infrastructuur een soort 'virtuele ringleiding' wordt die partijen als de politie, internetproviders, de OPTA, het onlangs opgerichte nationaal meldpunt cybercriminaliteit en het bedrijfsleven met elkaar verbindt.

Op dit moment experimenteert het kabinet al met de Nationale Infrastructuur in de bankwereld. Via het internationale netwerk van Govcert, worden meldingen over phishingsites doorgegeven aan tegenhangers van Govcert in het buitenland.

De Nationale Infrastructuur moet over twee jaar volledig in werking zijn.