LinkedIn zegt in een brief aan zijn gebruikers dat het zich gedwongen ziet twee juridische procedures te starten tegen de Amerikaanse overheid vanwege het verbod op het bekendmaken van het aantal ‘geheime’ dataopvragingen onder de FISA-wet. Daarnaast vindt LinkedIn veel van die aanvragen regelrecht illegaal en wil het een principeuitspraak afdwingen op de juridische houdbaarheid van die opvragingen.

Het zakelijke sociale netwerk zegt “maandenlang” in gesprek te zijn geweest met de Amerikaanse federale overheid, waaronder de “hoogste rangen binnen de FBI. Toch zijn wij er niet in geslaagd de overheid te overtuigen dat hun opvragingen niet voldoende juridisch zijn onderbouwd en geen enkele zin hebben, zeker niet bij een bedrijf als LinkedIn.”

Ook Transparency Report uit

Vandaar dat op de dag dat het bedrijf zijn Transparency Report over het eerste halfjaar van 2013 uitbrengt, tevens een brief heeft gestuurd naar de FBI en direct twee zaken heeft aangespannen. De eerste zaak gaat spelen bij de Foreign Intelligence Surveillance Court, dat de verzoeken van de federale overheid onder FISA achter gesloten deuren behandelt, plus daarnaast de bedrijven die daarmee worden geconfronteerd geheimhoudingsplicht oplegt. LinkedIn eist nu dat het in ieder geval het precieze aantal datavorderingen bekend mag maken. het bedrijf wil overigens ook dat zijn zaak bij de FISC in alle openbaarheid zal worden behandeld. Dat doet FISC normaliter niet.

De tweede zaak gaat spelen bij de U.S. Court of Appeals for the Ninth Circuit, waarnaar LinkedIn een zo geheten Amicus brief heeft gestuurd. Daarin vraagt LinkedIn een bevestiging van een eerdere uitspraak van die hogere rechter waarin het heeft gesteld dat dergelijke ‘gag orders’ een schending zijn van de First Amendment, “en dus dat de geheimhouding van het aantal opvragingen niet nodig is in het belang van de nationale veiligheid”, schrijft bedrijfsjurist Erika Rottenberg.