Dat vinden de ministers van Justitie van de Europese lidstaten. Zij kwamen afgelopen vrijdag bijeen om de nieuwe databeschermingsvoorstellen van de Europese Commissie te bespreken. Die strenge regels moeten niet voor iedereen gelden, vinden de ministers. De bescherming van persoonsgegevens in Europa moet worden gedaan via een “risicogebaseerde aanpak" waarbij het gebruik van geanonimiseerde data minder aan regels gebonden is, is de conclusie. Daarbij hoort een zekere mate van zelf-regulering.

Risico-analyse op verwerking data

Van te voren dienen bedrijven een risico-analyse uit te voeren op de vergaring, opslag en verwerking van persoonlijke gegevens, waarbij tevens een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de opdrachtgever van de dataverwerking en de werkelijke dataverwerker. Het risico wordt verminderd door het gebruik van geanonimiseerde data, vinden de ministers. De criteria waarop een dergelijke risico-analyse moet worden gedaan en een verder onderzoek naar het gebruik naar het gebruik van pseudoniemen moet worden voortgezet.

De ministers hebben al eerder laten weten dat de beschermingsregels van Brussel niet ten koste mogen gaan van de economische belangen van het bedrijfsleven. Bedrijven moeten er vrijer mee om kunnen gaan, omdat zij voor hun bedrijfsvoering afhankelijk zijn van de verwerking van persoonsgegevens. Volgens de Duitse website Netzpolitik scharen de ministers veel van die data onder “minder risicovol" doordat de gegevens die worden verwerkt helemaal niet zo gevoelig zijn. Dan is ook de toestemming van de burger van wie de data is niet meer nodig, vinden de ministers volgens Netzpolitik.

Wetgeving kost bedrijven 400 miljoen euro

Het analistenbureau Forrester meldde in het kader van die economische behoeften enige weken geleden dat de voorgestelde Europese wetgeving op het gebied van privacy "als ze worden ingevoerd op de manier waarop wij dat verwachten" de leveranciers van sociale media "op zijn minst" 400 miljoen euro per jaar aan gederfde omzet kost. Forrester projecteert een verwachte omzet van 3,2 miljard euro per jaar, maar die duikelt door de databeschermingswet per 2016 naar hoogstens 2,8 miljard euro.

Eerder al blies Google hoog van de toren door te dreigen met een uittocht van “innovaties en nieuwe producten" uit de EU naar andere landen die makkelijker met de verwerking van persoonlijke data omgaan, zoals India en Singapore.

Facebook vlucht naar privacyzwak Ierland

Maar ook werd onlangs bekend dat het gebruik maken van de zwakte van nationale privacywaakhonden juist zou betekenen dat bedrijven als Facebook zich zouden vestigen in dergelijke landen, zoals Ierland. Die vrees kwam naar voren in een ambtelijk stuk uit Brussel, dat bedoeld is voor het Europees Parlement. Het parlement vergadert momenteel in commissies over de databeschermingsregels. De bedoeling is dat het Europarlement nog voor het zomerreces stemt over de Data Protection Regulation, waarna er nog overeenstemming moet worden bereikt met de Raad van Europese ministers.

In het verslag over de bijeenkomst staan de opmerkingen van de ministers summier weergegeven maar in het licht van eerdere uitspraken van rond de bijeenkomsten van de ministerraad van Europa is het voorbehoud van de lidstaten betreffende de nieuwe Data Protection Regulation niet nieuw. De ministers vragen om “meer flexibiliteit" voor de lidstaten om om te kunnen gaan met de privacyregels, niet alleen voor het bedrijfsleven maar vooral voor overheidsorganen. Zoals bekend wil het Europees Parlement niet alleen regels voor overheden en bedrijfsleven, maar ook voor opsporingsdiensten.

Ministers dreigen met tegenstem

Sterker nog, de ministers zeggen nu dat alleen na meer inspanning van de Europese Commissie en het Europees Parlement om die “flexibiliteit" te bereiken kan worden beoordeeld of de Data Protection Regulation “in staat is om de publieke sector van de lidstaten te voorzien van het benodigde niveau van flexibiliteit." Daarmee lijken de lidstaten te dreigen met het afwijzen van de privacywetgeving als er te weinig mogelijkheden zijn daar op nationaal niveau van af te wijken of eigen interpretaties aan te geven.