Dat schrijft de Werkgroep Blokkeren Kinderporno aan minister Opstelten van Justitie. De brief blijkt al in november aan Opstelten te zijn verstuurd, maar die heeft dat altijd binnenskamers gehouden. Het ministerie heeft vandaag de brief moeten openbaren nadat digitale mensenrechtenactivist Rejo Zenger via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) daarom had gevraagd.

In de brief schrijven de deelnemers aan de werkgroep, waaronder ECP-EPN en de in Nederland actieve internetproviders, dat zij alle technische voorzieningen voor een dergelijk internetfilter klaar hebben staan, maar dat zij gezien de ervaringen in onder meer Groot-Brittannië besluiten een dergelijk filter niet te activeren.

Aantal sites minimaal

In de eindfase van het hele traject concentreerde de werkgroep zich op de inhoud en omvang van de aan te leggen zwarte lijst van websites met afbeeldingen van seksueel misbruik van kinderen. Maar een rapportage gaf aan dat het aantal van dergelijke commerciële websites in 2010 drastisch is afgenomen. Vervolgens keek de werkgroep naar Engeland, waar veel ervaring is opgedaan met zwarte lijsten. Uit die cijfers bleek de zwarte lijst in Nederland waarschijnlijk nauwelijks websites te bevatten.

“Volgens de meldingen die bij het Meldpunt Kinderporno binnenkomen, wordt voor de verspreiding van afbeeldingen van seksueel kindermisbruik steeds meer gebruik gemaakt van andere internetdiensten”, is dan ook de constatering in de brief. Op basis van de rapportage van het Meldpunt Kinderporno zegt de werkgroep tot de “voorlopige conclusie” te komen dat het internetfilter en de zwarte lijst “niet meer als probaat en effectief instrument kan dienen” en dat er daarom naar andere bestrijdingsmiddelen tegen kinderporno moet worden gezocht.

Advies: maak openbaar

De brief eindigt met de zin: “De partijen uit de Werkgroep Blokkeren Kinderporno adviseren u deze brief openbaar te maken en op te nemen als onderdeel van de voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer.” Dat is dus niet gebeurd. Volgens Bits of Freedom heeft de minister daar een reden voor gehad.

“Het Europees Parlement heeft aan de Europese Commissie duidelijk gemaakt dat zij dit een vorm van symboolpolitiek vindt en nu keren vrijwel alle Europese lidstaten zich tegen deze keuze van het parlement. Misschien is dit wel de reden waarom het ministerie deze brief zo lang achter heeft gehouden”, zo schrijft de organisatie op haar website.

Bits of Freedom heeft vorige maand nog de Nederlandse protesten geleid tegen het voorstel om tot een verplicht internetfilter te komen in heel Europa. De beslissing om internetcontent te filteren is nu door de Europese Commissie gelegd bij de nationale overheden. Nederland was daarmee dus al ver, maar lijkt er nu vanaf te zien.