In Nederland worden veel vaker telefoons afgetapt dan in de ons omringende landen Duitsland, Engeland en Zweden. Sterker nog, zowel politie als justitie zijn veel minder terughoudend met het zetten van een telefoontap, vooral bij niet-verdachten, dan de wetgever het destijds heeft bedoeld.

22.006 telefoons afgetapt

Dat is een van de van de conclusies uit een onderzoek van het WODC, het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie, waarvan de publicatie meermaals is uitgesteld. De onderzoekers constateren dat de telefoontap favoriet is in Nederland in verhouding tot andere opsporingsmethoden, zoals afluisteren met een microfoon, infiltratie of alternatieve, minder zware methoden. In 2010 werd er in Nederland 22.006 keer een tapbevel afgegeven. Overigens stijgt het aantal telefoontaps niet meer, in 2008 werden er 26.425 telefoons afgetapt.

De telefoontap is zelfs zo favoriet, dat er te weinig oog is voor alternatieve opsporingsmethoden, terwijl de onderzoekers concluderen dat de telefoontap steeds minder effectief wordt.

Geen bezwaar tegen 'familietap'

De telefoontap is zo laagdrempelig, dat de wettelijke subsidiariteitstoets (kan het ook met minder zware opsporingsmiddelen?) “veelal een formaliteit" is en de rechter-commissarissen (r-c) “niet anders kan doen dan zowel de kool als de geit sparen".

In veel gevallen worden vrienden en familie van een verdachte ook getapt. Daarbij kijkt de r-c niet of nauwelijks in hoeverre deze derden betrokken zijn bij mogelijke delicten, maar wordt alleen de duur van de tap beperkt om privacyschending te minimaliseren.

De onderzoekers noemen dit een “opmerkelijke insteek in de rechterlijke toetsing" die indruist tegen de bedoeling van de wetgever, die juist terughoudendheid beoogde door zware voorwaarden en procedurele eisen.

Steeds minder effectief

Daarnaast constateren de onderzoekers dat de telefoontap steeds minder effectief is, door het wisselen van telefoons door criminelen maar vooral door de opkomst van internet. Kortom, de klassieke telefoontap is nog een mythe: “Gesprekken over de telefoon als 'Ik heb die moord gepleegd' of 'De witte container komt morgen aan' komen nagenoeg niet meer voor", aldus de onderzoekers.

“Veel mensen…bellen nagenoeg niet meer op de oude manier, maar maken gebruik van communicatiediensten die via het internet verlopen, zoals VoIP en sociale media als Twitter, Facebook, Hyves en LinkedIn, om met elkaar in contact te blijven. Dit levert voor opsporingsdiensten een uitdaging op, omdat deze vormen van communicatie niet met een klassieke telefoontap kunnen worden opgevangen, zoals jarenlang de standaardwerkwijze was."

Internettap speld in hooiberg

Is het tappen van internetverkeer dan de oplossing? Nee, het wordt wel steeds belangrijker en wordt steeds vaker gebruikt, maar levert slechts fragmentarische informatie op. Dat komt enerzijds doordat veel data, zoals VoIP-verkeer, versleuteld is, en anderzijds door de vloedgolf van niet-relevante data. De opsporingsdiensten hebben niet de expertise en technologie om het kaf van het koren te scheiden.

“Deze ontwikkelingen leiden er hoogstwaarschijnlijk toe dat met de huidige internettap nog grotere hoeveelheden data worden binnengehaald. Een techniek als DPI zal dan nodig zijn om een internettap efficiënt in te kunnen zetten."

UPDATE 14.48 uur: De fracties van GroenLinks en D66 willen een speciaal Kamerdebat over het 'nonchalante' aftappraktijken van politie en justitie. “Uiteindelijk heeft niemand precies zicht op de toepassing van dit soort dwangmiddelen tegen verdachte én onverdachte burgers. Niet iedereen krijgt uiteindelijk door dat hij voorwerp van onderzoek is geweest en lang niet altijd velt uiteindelijk de onafhankelijke rechter een oordeel over de toelaatbaarheid ervan. Dat is ronduit zorgelijk", aldus GroenLinks-kamerlid Arjan El Fassed.