Patiënten krijgen vanaf medio dit jaar de mogelijkheid om een 'persoonlijk toestemmingsprofiel' te maken, schrijft minister Schippers van Volksgezondheid aan de Tweede Kamer. Daarin kunnen mensen aangeven welke zorgaanbieder wel of niet hun gegevens mag raadplegen of welke gegevens wel aan andere artsen ter inzage mag worden gegeven.

Opgenomen in een wetsvoorstel

Die mogelijkheden zijn overigens al in een wetsvoorstel van de minister opgenomen. In dat wetsvoorstel wordt geregeld dat patiënten bepaalde zorgaanbieders of categorieën van zorgaanbieders van de gegevensuitwisseling kan uitsluiten. Daarnaast krijgen patiënten een bericht als hun gegevens zijn ingezien. Bepaalde gegevens kunnen via de huisarts of apotheek worden afgeschermd voor vreemde ogen.

De minister schrijft de brief aan de Tweede Kamer in een reactie op een brief van Privacy Barometer en burgerrechtenvereniging Vrijbit. Die hadden de minister een reactie gegeven op de ontwikkelingen rond het Landelijk Schakelpunt (LSP). De minister schrijft dat patiënten altijd het recht hebben op inzage en afschrift van hun eigen medische dossier. Allereerst moeten patiënten sowieso toestemming geven aan huisarts, apothekers en andere zorgverleners om hun gegevens te delen.

Nauwelijks bereidheid van burger

Dat hebben Nederlandse burgers tot nu toe niet of nauwelijks gedaan. Om de acht miljoen patiëntendossiers landelijk te kunnen uitwisselen had voor 1 januari van dit jaar toestemming moeten worden verleend, maar nog minder dan 5 procent van die 8 miljoen patiënten heeft dat gedaan. Nu wil VZVZ, dat het Landelijke Schakelpunt in beheer heeft overgenomen van Nictiz, een nieuwe poging doen om patiënten te werven voor landelijke uitwisseling van medische dossiers. VZVZ is opgericht door de overkoepelingen van de zorgaanbieders, zoals de landelijke huisartsenvereniging.

De minister is nog niet ingegaan op vragen van de tweede Kamerleden Van Gerven (SP) en Voortman (GroenLinks) over de rol van Nictiz en VZVZ. De laatste wordt door hen gezien als “dekmantelorganisatie" om de uitwisseling van medische gegevens erdoor te drukken.

Minister verder zonnig gestemd

Verdere zorgen van Vrijbit deelt de minister niet. Zo is het gebruik van het Burgerservicenummer (BSN) juist veilig en zijn er randvoorwaarden aan dat gebruik gesteld. Daarnaast ontkent de minister dat er sprake is van dwang bij het bewegen van artsen om deel te nemen aan het LSP. Ook de zorgverzekeraars hebben hun contracten met de artsen inmiddels aangepast door een dwangbepaling eruit te halen. Artsen zouden minder geld krijgen van de zorgverzekeraars als zij niet aan de landelijke dossieruitwisseling zouden deelnemen.

VZVZ mag zich niet bemoeien met de vraag welke gegevens worden uitgewisseld, zegt de minister. Daarnaast mogen de artsen de al bestaande elektronische uitwisselsystemen blijven gebruiken. Die systemen zijn volgens veel artsen veiliger en in tegenstelling tot het LSP/EPD niet in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens omdat uitwisseling van gegevens gebeurt tussen artsen onderling, één-op-één en direct. Dan weet elke arts van elkaar wie welke gegevens bekijkt en nodig heeft. Dergelijke systemen zijn volgens de minister overigens ook aan te sluiten op het LSP.

Patriotwet is wel een hobbel

De minister deelt wel de zorg van Vrijbit over de toepassing van de Amerikaanse Patriotwet. Die wet, of het wetsonderdeel FISA, maakt het mogelijk dat Amerikaanse autoriteiten gegevens opvragen van niet-Amerikanen bij bedrijven die hun basis hebben in de Verenigde Staten. Bij het LSP is de Amerikaanse dienstverlener CSC betrokken.

VZVZ heeft naar eigen zeggen een afspraak gemaakt met CSC dat de laatste de medische gegevens van Nederlandse burgers niet mag overhandigen aan de Amerikaanse overheid. “Zoals ik reeds bij de beantwoording van de Kamervragen van Klever (PVV) heb aangegeven vind ik het niet toelaatbaar dat de Nederlandse wet en regelgeving niet wordt toegepast en nageleefd", zegt de minister. “Ik zal dan ook de uitkomsten van het overleg tussen VZVZ en CSC grondig bestuderen."