De NSA kan voorlopig met hulp van Amerikaanse telecomproviders grootschalig telefonie en internet blijven aftappen. De Supreme Court weigert namelijk de omstreden FISA-wet aan de Grondwet te toetsen, schrijft onder meer de New York Times. Met een nipte meerderheid besloten de rechters dat klagers, journalisten, juristen en mensenrechtenactivisten, te weinig concreet bewijs voor schade hadden.

Massaal tappen zonder rechter

Sinds kort na 11 september 2001 tapt de geheime dienst NSA op grote schaal elektronische communicatie af tussen Amerikanen en buitenlanders, door middel van parallelle infrastructuur die is ondergebracht bij Amerikaanse telecombedrijven. Voor dit massale aftappen is geen rechterlijke toetsing nodig en de politiek besloot in 2008 de providers met terugwerkende kracht immuniteit te geven voor hun medewerking aan de NSA.

Deze praktijk, en de wet die het mogelijk maakt, zou in strijd zijn met de Amerikaanse grondwet, maar tot nog toe zijn verschillende zaken gestrand. De Supreme Court weigert überhaupt te toetsen omdat er te weinig bewijs is van schade. Het kafkaëske probleem is echter dat dit bewijs nauwelijks achterhaald kan worden, omdat alle informatie 'classified', geheim, is.

FISA met 5 jaar verlengd

Digitale burgerrechtenbeweging EFF meldt dat nu de laatste hoop is gevestigd op een andere rechtszaak, direct tegen de NSA zelf. Hier is al wel veel concreet bewijs van ongeoorloofd aftappen verzameld, onder meer van klokkenluiders en documenten van AT&T.

Washington blijft achter het massaal en geheime aftappen staan; eind december werd de omstreden FISA-wet voor vijf jaar verlengd.