Schneier beklaagt zich vooral over de bewoording van IBM, waaruit volgens hem blijkt dat ze zich indekken. Zo verklaart IBM dat het geen klantgegevens aan de NSA heeft doorgegeven in het kader van het PRISM-programma. Volgens Schneier kon IBM dit ook onder de noemer van een ander NSA-programma hebben gedaan.

'IBM is geen Google'

Daarnaast kon IBM helemaal niet weten onder welke noemer het gegevens moest overhandigen, omdat voordat Snowden met zijn onthullingen kwam, de term PRISM alleen intern bij de NSA werd gebruikt. "In naam van welk NSA-programma hebben jullie dan wel klantengegevens aan de NSA overhandigd?", vraagt Schneier aan IBM.

IBM schreef in de verklaring aan zijn klanten dat het niet op grote schaal metadata van zijn klanten heeft doorgegeven aan veiligheidsdiensten. Schneier merkt daarbij op dat IBM helemaal geen grote hoeveelheid metadata van zijn klanten heeft. De crypto-expert zegt "IBM is geen Google. Jullie hebben niet zulke grote hoeveelheden metadata." Hij vraagt zich af waarom IBM dit dan ontkent als ze dit toch niet konden hebben gedaan.

En buiten de VS dan?

Schneier haalt dan een argument van stal die tegen elk Amerikaans technologiebedrijf gebruikt kan worden. IBM zegt namelijk dat het geen Amerikaanse klantgegevens aan de NSA heeft overhandigd met het oog op de nationale veiligheid.

Bedrijven zijn echter verplicht tot geheimhouding wanneer ze zo'n national security letter krijgen. Schneier concludeert in zijn open brief dan ook dat dit een loze uitspraak is van IBM, omdat ze dit ├╝berhaupt niet bekend mogen maken. De crypto-expert vraagt zich bovendien af waarom IBM niets zegt over klantgegevens die buiten de VS zijn opgeslagen.

'IBM neemt klanten niet serieus'

Schneier is duidelijk niet gecharmeerd van de brief van IBM. Naast dat hij de brief van Big Blue letter voor letter met een fileermes ontleedt, roept de brief volgens Schneier meer vragen op dan dat het antwoorden geeft. Hij beschuldigt IBM ervan dat het zijn klanten niet serieus neemt en ze desinformatie verstrekt.

Overigens valt Schneier vandaag ook Google en Facebook aan in een artikel in The Atlantic. Hierbij gebruikt hij vergelijkbare argumenten.