De onthullingen over spionagedienst NSA blijven maar komen, met dank aan klokkenluider Edward Snowden. De geheime dienst blijkt op gigantische schaal locatiedata van mobiele devices te verzamelen, door op de backhaul en backbone van talloze mobiele operators af te tappen. Het gaat om 5 miljard locatiegegevens per dag, meldt de Washington Post. Anonieme functionarissen bij de dienst bevestigen deze praktijk.

Reispatronen letterlijk in kaart gebracht

Het gaat dus niet om GPS-data, die veel nauwkeuriger is, maar zogenaamde ‘celdata’. Elke mobiele telefoon maakt semi-permanent contact met de omliggende antennes van het netwerk (de zogenaamde cellen). Door middel van triangulatie van deze signalen kan de locatie van het apparaat worden gededuceerd.

De exacte locatie is ook niet belangrijk, het gaat de NSA om kwantiteit, zodat patronen naar voren komen. Al die data wordt geanalyseerd, om bijvoorbeeld de handel en wandel van terreurverdachten in kaart te brengen. Specifiek wordt het ingezet om nog onbekende contacten van reeds bekende extremisten te achterhalen. Zijn een bekende en een onbekende mobiel meermaals tegelijk op dezelfde locatie, of reizen ze samen op, dan is de onbekende mobiel mogelijk ook van een extremist die bij de NSA nog niet op de kaart stond.

Ook als een onbekende mobiel plotseling contact maakt met dezelfde antenne als een bekende, wordt dit direct 'geflagged' als verdacht. Het wisselen van mobiel of SIM-kaart, een bekende truc van criminelen, wordt hierdoor meteen ontdekt. Dit data-analyseproject heet in NSA-jargon CO-TRAVELER.

Amerikaanse bijvangst

Uiteraard speelt, net als bij andere NSA-projecten, ook hier de juridische achilleshiel op: Amerikanen bespieden mag niet zo maar, alleen met rechterlijke goedkeuring. Amerikanen zijn dan ook niet het doelwit bij het vergaren van locatiedata, benadrukt de dienst. Maar het erkent dat het wel vaak tot de bijvangst behoort.

Uitlegfilmpje van de Washington Post: