De NSA onderzoekt mogelijkheden om internet te betrekken bij hun informatiewinning omdat het tappen van telefoons te weinig oplevert volgens de New Scientist. Uit telefoontaps blijkt hoofdzakelijk met wie iemand contact heeft. Door sociale netwerken, zoals bijvoorbeeld Orkut, hierbij te betrekken kan er tevens bekeken worden wat voor een activiteiten iemand onderneemt. De NSA kan bijvoorbeeld zien of iemand lid is van een groep die vlieglessen volgt.

De veiligheidsdienst is erg geïnteresseerd in dergelijke sites, omdat veel leden erg veel gedetailleerde informatie achterlaten. Sommige mensen zijn al hun baan kwijtgeraakt doordat ze uitspattingen op het gebied van drank en of drugs beschreven op zulke sites, weet de New Scientist. "Alles wat je online zet hangt aan je naam. Mensen bevatten niet dat bedrijven Google gebruiken voor een sollicitatiegesprek wordt afgenomen", stelt Jon Callas van beveiligingsbedrijf Pgp.

Het grootste probleem waar de veiligheidsdienst nu tegen aanloopt is het gebrek aan standaarden op internet. De NSA heeft dan ook hoge verwachtingen van het W3C die online standaarden adviseert. Deze groep wil een transitie naar het zogeheten semantische web.

Binnen dit web wordt data volgens het Resource Description Framework (rdf)-structuur opgeslagen. "Rdf is een soort van universele spreadsheet die door zowel mensen als computers gelezen kan worden", legt David de Roure van de Engelse Universiteit van Southampton uit.

Discreet

Het standardiseren van data heeft als voordeel dat gigantische hoeveelheden informatie gestructureerd worden opgeslagen en gebruikt kunnen worden. Met name in de wetenschap heeft dat grote voordelen. Nadeel is dat het voor diensten zoals de NSA, maar ook voor kwaadwillenden, steeds makkelijker wordt om allerlei informatie rond een persoon te verzamelen.

Callas verwacht dat mensen vanzelf leren niet alles over zichzelf online te zetten. "Het mag een open deur zijn, maar om je privacy te behouden moet je discreet zijn."