Vorige maand lekte een voorstel uit van EU-voorzitter Denemarken om meer zogeheten verkeersgegevens van burgers te verzamelen. Verkeersgegevens zijn bijvoorbeeld de telefoonnummers die iemand belt, de plaatsgegevens van de eigenaar van een gsm-toestel of de adressen van internetpagina's die iemand bezoekt. Hierover ontstond veel commotie. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP, voorheen de Registratiekamer) sluit zich bij de critici aan. Het college noemt een algemene bewaarplicht voor telecomgegevens van een jaar of meer `in geen geval toelaatbaar'. Dit schrijft het CBP in een brief aan de minister van Justitie. Het CBP wijst op een richtlijn van het Europese Parlement waarin de bescherming van verkeersgegevens is vastgelegd. In deze richtlijn is beschreven dat een bewaarplicht alleen toegestaan is voor een beperkte periode en als dat in een democratische samenleving noodzakelijk, passend en evenredig is. Een algemene bewaarplicht van minimaal een jaar is dan ook `een onrechtmatige inbreuk' op het privacy-rechtgeving, zo concludeert het CBP.

Praktische bezwaren

Daarbij komen nog eens praktische bezwaren. Aan een algemene bewaarplicht van minimaal een jaar zitten volgens het CBP `buitensporige kosten' voor de telecom- en internetsector vast. "Deze hebben er toe geleid dat tot dusver zelfs in de VS van dergelijke maatregelen is afgezien", aldus het CBP. Het college adviseert de huidige minister van Justitie – Piet Hein Donner van het CDA – dan ook `met klem' vast te houden aan de door het vorige kabinet geformuleerde lijn: grote terughoudendheid bij de opslag van gegevens. Het CBP houdt toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen.