Bestaande peer-to-peer netwerken zoals Gnutella en KaZaA zijn volgens de wetenschappers niet geschikt voor de door de overheid geformuleerde doelstellingen. Vandaar dat ze de technologie vervolmaken. Het uitgangspunt is wel gelijk: een gedecentraliseerd netwerk. Het netwerk – Infrastructure for Resilient Internet Systems (IRIS) genaamd – moet het zoeken en uitwisselen van informatie een stuk sneller maken dan nu het geval is, zo schrijft The New Scientist. Meer specifiek moet IRIS een oplossing bieden voor Denial of Service-aanvallen van buitenaf. Hierbij worden websites bestookt met informatieaanvragen, waardoor ze uiteindelijk bezwijken. Met het p2p-netwerk moet dat onmogelijk zijn omdat de informatie niet meer op centrale servers staat opgeslagen, maar op losse computers die deel uitmaken van het netwerk. Hoe populairder een bepaald item, des te meer machines de informatie beschikbaar stellen, zo is het plan. Vijf instituten – waaronder het MIT en de universiteiten van Berkley en Californië – zullen de komende vijf jaar aan IRIS werken. Zij hebben hiervoor in totaal 12 miljoen dollar gekregen van de National Science Foundation. Uiteindelijk moet IRIS de wereldwijde standaard worden voor het uitwisselen van informatie, zo hopen de wetenschappers.