De Amerikaanse generaal Keith Alexander, hoofd van de National Security Agency (NSA) en het Amerikaanse cybercommando wil een extra beschermd netwerk opzetten voor systemen die van belang zijn voor de nationale veiligheid. Hij noemt dat plan onvermijdelijk.

250.000 keer

Alexander is bang dat een aanval van buitenlandse hackers belangrijke systemen plat kan leggen. Hij benadrukt daarbij dat hackers dit soort servers ruim 250.000 keer per uur checken voor kwetsbaarheden. Het gaat hierbij niet alleen om overheidsservers, maar ook om systemen van telecom- en elektriciteitsbedrijven.

Volgens Alexander zou het opzetten van een afgeschermde zone voor deze belangrijke systemen niet zo moeilijk zijn. Hij denkt wel dat het moeilijk te verkopen is aan de betrokken bedrijven. Ook het uitleggen van de maatregel aan het publiek noemt hij een uitdaging. De vraag die bij de legerbaas speelt is dan ook vooral hoe de VS het plan uit moet voeren.

Bevoegdheden

Het hoofd van de NSA verwacht dat het Pentagon samen moet gaan werken met het ministerie van Binnenlandse Veiligheid (Homleand Security) en de FBI om de beveiligde zone te realiseren. Omdat ruim 85 procent van deze infrastructuur in die zone van private bedrijven wordt, zou de overheid tijdens een cyberaanval extra bevoegdheden moeten krijgen.

Verschillende nieuwe wetten die op goedkeuring van het congres wachten zouden de overheid die macht geven. De wettenmakers zijn er tot nu toe niet in geslaagd om vast te stellen welke instantie nu de cyberveiligheid moet reguleren. Momenteel is het ministerie van Binnenlandse Veiligheid verantwoordelijk voor de beveiliging van het burgerinternet.