“Het kan voorkomen dat andere landen menen dat er een goede reden is om in of vanuit Nederland inlichtingen te verzamelen. In een dergelijk geval dient het desbetreffende land een verzoek te richten tot de AIVD of de MIVD. Het verzoek wordt dan binnen de kaders van de Nederlandse wet beoordeeld. Het kabinet acht

enig optreden buiten die wettelijke kaders niet aanvaardbaar.” Dat schrijft minister Plasterk van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer.

Brief na heisa rond aftappen miljoenen telefoontjes

Plasterk schrijft de brief naar aanleiding van de berichtgeving over het aftappen van de telefoongesprekken van miljoenen Nederlanders. Alleen al begin 2013 werden in een maand tijd 1,8 miljoen gesprekken afgetapt. In diezelfde periode ging het in Frankrijk zelfs om 70 miljoen telefoontjes.

Plasterk zegt, met oog op de Amerikaanse wet FISA, dat het Kabinet “zich bewust is” dat de Amerikanen de telecommunicatie onderscheppen, en voegt daaraan toe dat het onderscheppen en analyseren van metadata “in zijn algemeenheid een aanvaardbare methode is”, in het kader van terrorismebestrijding, nationale veiligheid en militaire doelen. Dat staat ook zo omschreven in de Nederlandse wet.

Is er nu wel of geen toestemming?

Om tot daadwerkelijk afluisteren te komen of het e-mailverkeer af te tappen, moet toestemming worden gevraagd aan de verantwoordelijke Nederlandse ministers. Plasterk vermeldt daarbij niet of het in dit geval ook is gebeurd.

Wel zegt hij dat hijzelf, en de Nederlandse inlichtingendiensten in gesprek zijn met de NSA. “De minister van Buitenlandse Zaken heeft eerder tijdens zijn bezoek aan Washington de Nederlandse zorgen duidelijk aan zijn Amerikaanse collega Kerry overgebracht en heeft aangedrongen op meer transparantie.”