De Republikeinse senator Judd Gregg uit New Hampshire bepleitte vorige week donderdag een wereldwijd verbod op encryptiesoftware zonder 'achterdeurtjes' voor opsporingsdiensten. Dat zou betekenen dat de autoriteiten altijd makkelijk toegang kunnen krijgen tot versleutelde boodschappen. Nu gaat er nog veel tijd overheen voordat een opsporingsdienst een versleuteld bericht heeft ontcijferd. "Internationale samenwerking is nodig om de informatie te krijgen die ons in staat stelt om gebeurtenissen zoals die in New York en Washington te voorkomen", aldus Gregg in een toespraak voor de Senaat. Gregg staat niet alleen met zijn pleidooi voor strengere wetgeving. Frank Gaffney, hoofd van de rechtse denktank Center for Security Policy, valt Gregg bij. "We moeten zorgen dat de Amerikaanse regering toegang krijgt tot versleuteld materiaal", aldus Gaffney tegenover Wired News.

Upgrade

De Amerikaanse regering lijkt wel wat te voelen voor nieuwe wetgeving ten aanzien van encryptiesoftware. De Amerikaanse minister van Justitie, John Ashcroft, bepleit een 'upgrade' van de Amerikaanse wetgeving. Politiediensten zouden betere middelen tot hun beschikking hebben bij de bestrijding van georganiseerde misdaad dan tegen terroristen. Verdenking van terrorisme is op dit moment geen reden om te worden afgetapt. "We moeten onze wetten zodanig aanpassen dat geen steen op de andere blijft in dit onderzoek", aldus Orrin Hatch, een invloedrijke senator uit Utah, tegenover het persbureau Associated Press. Of Osama bin Laden, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslagen in de Verenigde Staten, gebruik maakt van encryptiesoftware is onduidelijk. Volgens een bericht dat in februari in de Amerikaanse krant USA Today verscheen, zouden terroristische organisaties, zoals de Al Quaida groep van Bin Laden, versleutelde berichten verspreiden via populaire sites.

Stoere taal

Maurice Wessling van de digitale-burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom ( BOF) betwijfelt of verplichte achterdeurtjes in encryptiesoftware kunnen bijdragen aan het voorkomen van nieuwe terreuraanslagen. "Ik heb tot nu toe geen goede argumenten gehoord waarom dergelijke achterdeurtjes noodzakelijk zouden zijn." "In alle opwinding wordt nu veel stoere taal gebezigd, maar het is veel belangrijker dat er een grondige analyse gemaakt wordt. Daarbij is het maar zeer de vraag of inlichtingendiensten met uitgebreidere bevoegdheden de aanslagen wel hadden kunnen voorkomen. Iedereen heeft het nu opeens over internet, maar voor hetzelfde geld hebben de terroristen hun opdracht gekregen via een advertentie in de krant", aldus Wessling. Hij waarschuwt dat de stappen die nu worden genomen, verregaande gevolgen kunnen hebben. "Dergelijke maatregelen worden niet alleen gebruikt tegen terroristen. Als de geest eenmaal uit de fles is, krijg je hem er moeilijk weer in. Er zijn maar weinig voorbeelden bekend waarbij de bevoegdheden van opsporingsdiensten weer worden afgebouwd." De roep om 'backdoors' in encryptiesoftware is niet nieuw. Wessling: "Je ziet dat de discussie die zes jaar geleden ook al gaande was, nu weer met dezelfde argumenten wordt gevoerd. Veiligheidsdiensten die er destijds voor pleitten om encryptiesoftware aan banden te leggen, hebben die ideeën nooit helemaal losgelaten. Nu is het voor die diensten hét moment om geld en mogelijkheden binnen te halen"