De Raad van Hoofdcommissarissen bevestigde afgelopen zaterdag het regelmatig hacken tegenover de Geassocieerde Persdiensten (GPD). "We moeten kijken welke opsporingsmethode past bij de steeds verder voortschrijdende technologie. Dit valt daaronder", zegt een woordvoerder tegen de persdienst.

Door de computers van verdachte criminelen te hacken, hoopt justitie door bestanden te snuffelen, chatgesprekken af te luisteren en andere informatie te verzamelen. De computers worden gehackt met Trojans die onder meer via spam berichten bij de verdachte worden afgeleverd, of via een 'toevallig' verloren USB-stick.

De politie voelt zich gedwongen om uit te breiden naar computerhacks omdat traditionele surveillancemethodes steeds minder goed werken. Zo zouden criminelen steeds vaker de (eenvoudig af te luisteren) mobiele telefoon verruilen voor de onkraakbare VoIP-dienst van Skype.

Juridsch grijs gebied

Rechtsgeleerden waarmee de GPD sprak, verschillen van mening over de rechtsgeldigheid van de hacks omdat de wet er geen expliciete toestemming voor geeft. Volgens sommigen moet de politie er daarom uiterst voorzichtig mee omgaan. De methode zou daarom slechts bij hoge uitzondering gebruikt mogen worden, en mag alleen worden ingezet bij vergrijpen waar een celstraf van ten minste 4 jaar op staat.

Theo de Roos, hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Tilburg, bestrijdt de legaliteit van de methode.

"De wet schrijft voor dat burgers moeten weten welke opsporingsmethoden onder welke omstandigheden mogen worden gebruikt. Bij bijvoorbeeld telefoontaps is dat wettelijk geregeld. Bij deze vorm nog niet. In een rechtszaak is het dan ook maar de vraag of zo verkregen bewijslast standhoudt," zegt de rechtsgeleerde tegen de GPD.

Er zijn nog geen zaken voor de rechter gekomen waarbij bewijs via computerhacks is verzameld. Pas dan zal er jurisprudentie ontstaan over deze nieuwe onderzoeksmethode.