Politiediensten raadpleegden de telecomdatabase van de CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie) afgelopen jaar 2,3 miljoen keer. Dat bleek uit de jaarcijfers die het Ministerie van Justitie uitbracht. Een daling ten opzichte van 2010, waarin de database 2,6 miljoen keer werd bevraagd. Maar uit onderzoek van Webwereld blijkt dat bepaalde politiediensten lichtzinnig omspringen met de voorschriften voor het bevragen van de database.

In de CIOT-database worden telefoon-, mailadressen en internetgegevens van Nederlandse burgers gekoppeld aan hun NAW-gegevens. De politiediensten gebruiken deze data voor opsporing van verdachten om te achterhalen wie er achter een bepaald telefoonnummer of ip-adres schuilgaat. Telco's en internetproviders uploaden daarvoor dagelijks verplicht hun gehele klantenbestand naar de database.

Bedrijven bevragen

Uit de jaarcijfers 2011 blijken drie opsporingsdiensten duizenden antwoorden meer terug te krijgen dan andere korpsen. Het regiokorps Gelderland-Zuid ontving 450.000 antwoorden op 72.000 bevragingen, het regiokorps Twente 132.000 antwoorden op 16.000 bevragingen en de Rijksrecherche 217.000 antwoorden op 24.000 bevragingen. Bij de andere 33 korpsen blijkt de verhouding vrijwel één-op-één te liggen, waarbij slechts een enkele bevraging leidt tot meerdere antwoorden.

De verklaringen van de drie opsporingsdiensten voor het grote aantal antwoorden loopt uiteen. De Rijksrecherche geeft aan ruimere bevragingen te doen in het kader van de complexiteit van onderzoeken. Die bevragingen zijn wel conform de voorschriften, laat een woordvoerder weten. “Wij doen dat voor bijvoorbeeld corruptieonderzoeken. In het systeem voeren we de postcode en het huisnummer in van bijvoorbeeld een ministerie of bedrijf en vinken opties aan als ip-adressen en telefoonabonnementen. Zo krijgen we een hele hoop subantwoorden terug." De woordvoerder geeft aan dat deze werkwijze anders is dan bij regiokorpsen, die "hele andere onderzoeken doen, bijvoorbeeld moordzaken".

Eerder in opspraak

Het regiokorps Twente verwijst voor een verklaring naar het Ministerie van Justitie. Charlotte Menten, Justitie-woordvoerster, geeft net als de Rijksrecherche aan dat het grote aantal antwoorden door onderzoek naar bedrijven komt. Ze vertelt dat bij invoer van een bedrijfspostcode alle naw-gegevens van de werknemers als antwoorden terugkomen.“Als je een grote afnemer op postcode bevraagt krijg je een grote hoeveelheid aan gegevens", zegt Menten.

Maar het regiokorps Gelderland-Zuid geeft een andere verklaring. Woordvoerder Florian Vingerhoeds verklaart het hoge aantal antwoorden door het bevragen van meerdere personen in één enkele bevraging. “Wanneer iemand vaak belt met bepaalde telefoonnummers, kunnen we van die personen ook gelijk de naw-gegevens opvragen". Datzelfde geldt volgens hem voor de ip-adressen waarmee iemand vaak communiceert.

Het korps kwam vorig jaar al in opspraak toen uit een auditrapport bleek dat niet werd voldaan aan voorschriften van het bevragingsproces. Tekortkomingen in de administratieve organisatie was daarvan de oorzaak. Die zouden in 2011 zijn verholpen.

Sleepnettechniek

Zowel het grootschalig bevragen van ministeries en bedrijven als het invoeren van tientallen personen tegelijk staat op gespannen voet met de regelgeving die ten grondslag ligt aan de CIOT-telecomdatabase, vertelt Gerrit-Jan Zwenne, hoogleraar telecom- en privacyrecht van de Universiteit Leiden. Hij wijst op het Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie en de artikelen 126n en 126na die ten grondslag liggen aan de CIOT-bevragingen.

"Op deze manier een ministerie bevragen is wel erg breed. Voor sleepnettechnieken waarbij honderden gegevens direct worden opgevraagd is het systeem van de CIOT nooit bedoeld." Volgens Zwenne wordt nu soms lukraak geraadpleegd met veel bijvangst die niet in het belang is van het onderzoek. “Dat is dan ook in strijd met de strekking van de regelgeving en waarschijnlijk ook met de letter ervan", zegt Zwenne tegen Webwereld.

Zwenne: "Ik kan me voorstellen dat het makkelijk is voor de politiediensten, maar je moet het ook bekijken vanuit het belang van de abonnees van de telecomaanbieders. Het lijkt op misbruik van een systeeminrichting die niet conform de strekking van de regels is." De opsporingsdiensten zoeken volgens Zwenne nadrukkelijk de grenzen van de wet op. "Het gebruik van de CIOT blijft een dwangmiddel van de overheid en moet alleen gebruikt worden in situaties waar het echt nodig is."

'Onbegrijpelijk'

Bits of Freedom is geschokt door de verklaringen. Onbegrijpelijk, noemt Rejo Zenger, specialist van de digitale burgerrechtenorganisatie, de verklaringen. "De webinterface van de CIOT-database biedt wel de optie om bijvoorbeeld meerdere telefoonnummers tegelijkertijd in te voeren, maar die gelden dan als verschillende bevragingen", vertelt Zenger. En dus niet als één bevraging, zoals het korps Gelderland-Zuid beweert. Meerdere personen in één keer bevragen klopt volgens hem dan ook niet met wettelijke procedures en voorschriften.

Maar ook de verklaring dat er bedrijven worden bevraagd vindt hij opvallend. “Dat verklaart misschien een groter aantal antwoorden, maar dan zou je verwachten dat dit ook consequent bij de andere korpsen te zien is." Volgens hem geeft het aantal bevragingen uit het jaarverslag nu een vertekend beeld. “Het is mogelijk dat er veel meer mensen worden getraceerd via een enkele bevraging, dan de 2,3 miljoen die uit de jaarcijfers blijkt."

Auditrapporten

Hoogleraar Zwenne is echter niet verbaasd over de sleepnetmethodes die de politie gebruikt bij het bevragen van de CIOT. “Het CBP (College Bescherming Persoonsgegevens) concludeerde vorig jaar al dat de politie lichtzinnig omgaat met de regels voor het bevragen van de database", zegt Zwenne.

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) beloofde vorig jaar dat per 1 mei 2011 alle politiekorpsen orde op zaken moesten hebben, zodat de "grove schendingen" van de privacywet verleden tijd waren. Bij overtredingen zouden korpsen worden afgesloten van de CIOT-database. Hiervoor zouden de korpsen de nodige veranderingen hebben doorgevoerd.