Privacy First wil naar de rechter stappen als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het nieuwe wetsvoorstel van minister Opstelten, waarbij beelden die door camera's van kentekens worden gemaakt, vier weken worden bewaard, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat de mensen achter die kentekens een misdrijf zouden hebben begaan. Volgens de privacyvoorvechter is een dergelijke wet in overtreding met onder meer het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en de privacywetgeving.

Opstelten diende het wetsvoorstel begin deze week in, waarna nu de behandeling in de Tweede Kamer kan beginnen. Een eerder wetsvoorstel werd door de minister in 2010 teruggenomen nadat de Tweede kamer er bezwaren tegen had. Het College Bescherming Persoonsgegevens was toen zeer kritisch over het wetsvoorstel.

Het CBP heeft zelfs gezorgd voor het stopzetten van het gebruik van opgeslagen kentekens door enkele politiekorpsen omdat dat tegen de wet was. Ondanks dat blijkt uit een brief van de minister dat diverse malen willens en wetens door opsporingsambtenaren (bij wijze van proef) kentekenregistraties werden bewaard zonder wettelijke basis.

Kritiek CBP grotendeels genegeerd

Naar aanleiding van het nieuwe advies van het CBP zegt de minister het wetsvoorstel te hebben aangescherpt, net als naar aanleiding van het advies van de Raad van State is gedaan. Daarmee, zegt de minister, wordt voorkomen dat de database van kentekens ook wordt gebruikt voor de opsporing van relatief lichte vergrijpen.

Het CBP heeft verder bedenkingen tegen de grootschaligheid van de gegevensverwerking en -opslag; immers van iedereen worden op de (snel)wegen beelden gemaakt. Verder vindt het CBP de bewaartermijn van vier weken niet voldoende onderbouwd. Het CBP is verder beducht voor een landelijk dekkend cameraweb, door koppeling met gemeentelijke camera's en andere camerabeheerders.

Privacy First wijst eveneens op al die bezwaren, maar zegt daarbij dat al die bezwaren door de minister worden genegeerd. In eerste instantie gaat de organisatie een lobby starten naar de Tweede Kamer, maar verzamelt nu al medestanders om eventueel naar de rechter te stappen, en in het uiterste geval naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.