Over het beschermen van de privacy van mogelijk getuigen van misdrijven wordt minder nagedacht dan dat er stil wordt gestaan bij de consequenties van het plaatsen van beelden van verdachten. Officier van Justitie Otto van der Bijl van het Openbaar Ministerie in Amsterdam zegt dat dat is omdat het plaatsen van beelden van verdachten op opsporingssites door de rechter kan worden meegenomen in zijn vonnis.

Volgens Van der Bijl wordt door rechters in strafzaken geregeld meegewogen in de strafmaat dat de verdachte “al deels is gestraft" doordat hij voor iedereen zichtbaar is aangemerkt als verdachte in het opsporingsbericht met foto op het internet. “Dat is een wezenlijk verschil met het plaatsen van foto's van getuigen."

Wie herkent deze getuigen?

Gisteren plaatste de politie Amsterdam-Amstelland een opsporingsbericht met foto's van vier mogelijke getuigen van een mishandeling op de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. In het bericht werd tevens een duidelijke beschrijving gegeven van de vier mannen en hun kledij, met een oproep aan anderen om zich te melden als men die vier getuigen herkende.

“Als we geen beelden hebben van de dader, maar wel van getuigen die het misdrijf moeten hebben gezien of dat het zeer waarschijnlijk is dat zij het voorval hebben gezien, plaatsen we zo nu en dan dergelijke beelden", zegt Van der Bijl. “Daarvoor moet het Openbaar Ministerie wel toestemming geven, en andere opsporingsmiddelen niet toereikend zijn." Volgens Van der Bijl is het plaatsen van de foto's van getuigen “proportioneel" omdat het gaat om een misdrijf waar slachtoffers zijn gevallen. “Dan mag het volgens de richtlijnen."

Richtlijnen spreken niet over getuigen

Maar het is juist opvallend dat in de richtlijnen van het Openbaar Ministerie slechts sporadisch wordt gesproken over getuigen en geen enkele keer als het gaat om het plaatsen van foto's van getuigen in opsporingsberichten. Wel staat er: “Opsporingsberichtgeving kan de persoonlijke levenssfeer of andere belangen van betrokkenen raken (verdachte, slachtoffer, eventueel getuigen). Het OM moet met ieders belang rekening houden bij de beslissing om dit middel in te zetten."

De enige andere vermelding van getuigen in de zogeheten Aanwijzing Opsporingsberichtgeving is dat “een algemeen opsporingsbericht dat informatie geeft over het gepleegde delict en getuigen vraagt zich te melden, zal de privacy of een ander belang van de verdachte niet snel schenden. Dit is uiteraard anders als een compositietekening of zelfs camerabeelden worden getoond."

De toetsing van de rechtmatigheid van het plaatsen van foto's van verdachten gebeurt volgens de richtlijnen van het OM extern: “De politiek en andere instanties, zoals het College Bescherming Persoonsgegevens, waken voor inbreuken op de persoonlijke levenssfeer van burgers, vooral gepleegd door de overheid. In de strafzaak is het de zittingsrechter die achteraf de rechtmatigheid van de inzet van het middel toetst."

Juriste: "Snel richtlijnen over getuigen"

Volgens juriste Caroline de Vries van advocatenbureau SOLV is het nodig dat er snel kaders worden geformuleerd waaraan dergelijke publicaties aan moeten voldoen. De Aanwijzing Opsporingsberichtgeving voldoet hierin niet, zegt ze tegen Webwereld. “Nu blijft het plaatsen van foto's van getuigen hangen in een grijs gebied. Het is wenselijk dat hier richtsnoeren voor worden geformuleerd."

In haar weblog ziet De Vries wel mogelijkheden voor getuigen om een beroep te doen op bijvoorbeeld het portretrecht. “Mogelijk kunnen de betreffende personen zich hiertegen verzetten op grond van hun portretrecht respectievelijk de Wet bescherming persoonsgegevens", schrijft de juriste. “Portretrechtelijk is publicatie niet geoorloofd indien een “redelijk belang" van de geportretteerde(n) zich tegen openbaarmaking van zijn portret verzet. Ook is sprake van een verwerking van persoonsgegevens: de foto, samen met de verstrekte informatie over locatie, kleding en andere kenmerken, kwalificeren zonder meer als persoonsgegevens."