De privacygroeperingen Junkbusters en EPIC (Electronic Privacy Information Center) hadden de toezichthouder voor de handel gevraagd het privacybeleid van Amazon nader te bekijken. Aanleiding voor dat verzoek waren de wijzigingen die de webwinkel vorig jaar op het gebied van privacy doorvoerde. Amazon gaf zichzelf september vorig jaar de mogelijkheid klantgegevens, zoals namen en e-mailadressen, te `delen' met derde partijen. De webwinkel schrapte onder meer de mogelijkheid voor klanten om via een e-mailtje aan te geven dat hun gegevens nooit mochten worden doorverkocht. In de oude privacyverklaring stelde Amazon sowieso geen gegevens af te zullen staan aan derde partijen.Junkbusters en EPIC wilden dat de FTC Amazon zou verbieden gegevens door te verkopen als zij daarvoor geen expliciete toestemming van de betrokkene hebben. Ook zou Amazon klanten de mogelijkheid moeten geven alle informatie die de webwinkel over hen heeft te wissen.Maar van de FTC hoeft Amazon niets te veranderen. De webwinkel maakt zich volgens de toezichthouder niet schuldig aan bedrieglijke of oneerlijke handelspraktijken, zoals de twee privacygroepen beweerden. "Hoewel er meerdere interpretaties bestaan over de veranderingen in het privacybeleid van Amazon, ziet het er niet naar uit dat Amazon de wet heeft overtreden door materiële veranderingen te maken in de informatieverzameling", zo schreef de FTC.Amazon juicht de beslissing geen onderzoek te beginnen uiteraard toe. Marc Rotenberg, voorzitter van EPIC, vindt dat de FTC zich te veel heeft gericht op de vraag of Amazon al klantgegevens heeft doorverkocht. De term `materiële veranderingen' duidt daar op. "Of Amazon nu wel of niet gegevens heeft verkocht is niet zo relevant. Het is belangrijker wat zij in de toekomst kunnen gaan doen", aldus Rotenberg. De EPIC sluit niet uit nu naar de rechter of het Congres te stappen.