Telecombedrijven en internetproviders zijn verplicht om hun systemen aftapbaar te maken. De bijbehorende investeringen zijn voor eigen rekening. De bedrijven krijgen wel een vergoeding voor het daadwerkelijk plaatsen van een tap. Het ministerie van Economische Zaken wil voor het plaatsen, verlengen of vervroegd afsluiten van een tap voortaan 13,13 euro vergoeden. Voor informatieverstrekking over identificerende gegevens en historische verkeersgegevens is een vergoeding van 6,56 euro beschikbaar. De vergoeding bedraagt 26,25 euro per uur voor het oplossen van storingen en uitvoeren van complexe zoekvragen. Een zelfde bedrag is beschikbaar voor de dagelijkse aanlevering van geactualiseerde bestanden aan het Centraal Informatiepunt Opsporing Telecommunicatie (CIOT). In deze bestanden staan de NAW-gegevens van abonnees. Opsporingsinstanties kunnen het CIOT automatisch raadplegen. De aanbieders van vaste en mobiele telefonie verstrekken jaarlijks 300.000 tot 350.000 tenaamstellingen. De verwachting is dat het aantal bevragingen zal oplopen tot 900.000 per jaar. Volgens het ministerie van Economische Zaken is het bedrag gebaseerd op de `ervaring van de opdrachtgevers dat de kosten bij een normale uitvoering van de tap- of informatieverstrekkingsactiviteit niet uitkomen boven dat bedrag.' Telecom- en internetbedrijven vinden dat deze bedragen echter in geen verhouding staan tot de werkelijk gemaakte kosten. De grote mobiele telefonieaanbieders declareerden in 2002 gemiddeld 225 euro per tap.

XS4ALL

Internetprovider XS4ALL hanteert een bedrag van 1364 euro per tap. "Dat bedrag is gebaseerd op de loonkosten, maar ook de verplichte beveiligde ruimte die we hiervoor gebruiken, afgezet tegen het aantal te verwachten taps", aldus Simon Hania, technisch directeur van XS4ALL. "In praktijk blijkt dat bedrag aardig te kloppen. Als er meer taplasten komen, zal het bedrag per tap ongetwijfeld iets dalen. Maar niet naar dertien euro. Het nu voorgestelde bedrag slaat werkelijk helemaal nergens op." Hania wijst erop dat XS4ALL zich tegenover haar klanten verantwoordelijk voelt te voorkomen dat er ten onrechte taps worden geplaatst. Het bedrijf moet juristen en hoogopgeleide securitydeskundigen speciaal vrijmaken voor het werk. Ook 's nachts moet personeel beschikbaar zijn voor spoedeisende aanvragen. Bovendien blijkt in een kwart van de gevallen er iets niet te kloppen met de taplasten. "Dat kost ons allemaal extra tijd, dus geld", aldus Hania. "Opsporingsambtenaren leveren slordig werk. Wij draaien in feite op voor de opleidingsproblemen van de overheid. We hoopten nog dat de hoge kosten het lerend vermogen van de overheid zouden aanwakkeren. Maar daar blijkt tot nu toe niets van. Als nu ook nog eens de vergoedingen op dit niveau worden vastgesteld, is er geen enkele prikkel meer voor de overheid om haar werk beter te doen, terwijl de kosten voor ons onverminderd hoog zijn."

Duits voorbeeld

Het lijkt erop dat Nederland zich heeft laten inspireren door het Duitse voorbeeld. In een onderzoeksrapport van Stratix uit maart 2004 is de situatie op aftapgebied in een aantal Europese landen vergeleken. "De Duitse autoriteiten werken met een wettelijk vastgelegd uurtarief van 13 euro, terwijl in Nederland de werkelijk gemaakte kosten het uitgangspunt vormen", aldus het rapport. In Frankrijk en Engeland vergoeden de autoriteiten zowel de directe als indirecte kosten van het aftappen. Ook Oostenrijk gaat waarschijnlijk de investeringskosten van de telecom- en internetbedrijven vergoeden, nadat een Oostenrijkse rechtbank de praktijk waarin investeringskosten voor rekening van het bedrijfsleven kwamen afkeurde. XS4ALL bereidt momenteel ook een rechtszaak voor waarin de principiële vraag aan de orde komt of telecom- en internetbedrijven moeten opdraaien voor de kosten die verbonden zijn aan de wettelijke verplichting om hun installaties aftapbaar te maken. De kwestie is ook actueel in het licht van het Europese voorstel om bedrijven te verplichten alle verkeersgegevens van hun klanten voor een periode van een tot drie jaar te bewaren.