Twee wetenschappers van de University of Cambridge vermoeden dat menig quantumexperiment spaak loopt, omdat effecten uit de klassieke natuurkunde worden waargenomen in plaats van het beoogde quantumverstrengeling (PDF). Daardoor vragen ze zich af of quantumcryptografie wel een betrouwbaar beveiligingsniveau kan opleveren.

Geen meetbare beveiliging

Sterke versleuteling vereist dat een model dat in de praktijk onderzocht kan worden door bijvoorbeeld een pentester. Een stevig model moet een theoretische aanval kunnen verdedigen. Omdat quantumcryptografie zich volgens de onderzoekers niet eenvoudig laat meten, kan dat betekenen dat 'bewijsbare beveiliging' buiten het bereik van dit cryptografische model ligt. Overigens is dit hele concept van bewijsbare beveiliging niet onomstreden onder cryptografen.

De onderzoekers vragen zich af waarom het tot nu toe niet mogelijk is geweest om berekeningen uit te voeren met meer dan twee of drie qubits. Om RSA-cryptografie te breken zouden duizenden qubits nodig zijn. Dergelijke schaalbaarheid ontbreekt tot nu toe bij alle experimenten die doorbraken hebben opgeleverd met quantumcryptografie.

Grens quantumverstrengeling

“Het is eenvoudig om coherentie te krijgen met golven die met één deeltje zijn verbonden en mogelijk om coherentie te krijgen met twee (één per dimensie)", schrijven de wetenschappers. “Het is tijd om ons af te vragen of we niets over het hoofd gezien hebben, zoals een theoretische grens aan quantumverstrengeling en coherentie."

De wetenschappers vragen zich af of het golfdeeltjes-dualisme eigenlijk niet verklaard moet worden met klassieke natuurkundige theorieën. De onderzoekers betogen dat er quantumverstrengeling wordt geconstateerd bij twee deeltjes die zich gedragen volgens een golffunctie. Quantumtheoretische experimenten zouden daarom klassieke natuurkundige effecten kunnen waarnemen.