In totaal 23 parlementariërs uit twaalf landen hebben de secretaris-generaal van de Raad van Europa in een petitie opgeroepen een onderzoek in te stellen naar de aftap- en afluisterpraktijken van geheime diensten in Europa. Onder de 23 ook de Nederlanders Pieter Omtzigt (CDA, Tweede Kamer), Hans Franken (CDA, Eerste Kamer) en Tiny Kox (SP, Eerste Kamer).

“In de strijd tegen terrorisme en spionage mag niet elk middel dat landen nodig vinden, worden toegepast”, schrijven de parlementariërs, “vanwege het gevaar dat zulke wetten de democratie ondermijnen en zelfs kunnen vernietigen.” Het onderzoek naar de praktijken van geheime diensten moet in eerste instantie worden gedaan via een vragenlijst die naar de deelnemende staten van de Raad van Europa worden gestuurd. Daarnaast worden de staten opgeroepen een “onafhankelijke toezichthouder” aan te stellen die inzicht krijgt in die praktijken.

'Meer bescherming voor klokkenluiders'

Ook moeten er “speciale procedures” komen voor de juridische afhandeling van informatie die gevoelig is en geheim moet blijven, maar die wel juridisch geborgd moet worden. Verder roepen de parlementariërs op meer te doen aan de bescherming van klokkenluiders. Het gaat dan om informatielekkers die op goede gronden misstanden aan het licht brengen in het algemeen belang.

De politici tonen zich vooral bezorgd over de aanhoudende berichten over uitgebreide digitale besnuffeling van burgers en het massaal oogsten van privé-informatie door de inlichtingendiensten van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Gisteren werd duidelijk dat er mogelijk ook in Duitsland iets niet in de haak is.