Toezichthouder ACM mag geen telefoontaps gebruiken in mededingingszaken, oordeelt de rechtbank Rotterdam in twee zaken. Maar omdat ACM het een “principiële zaak” vindt “die verstrekkende gevolgen kan hebben, ook voor andere toezichthouders” gaat het in hoger beroep.

De ene zaak draait om (wegen)bouwbedrijf Janssen De Jong, waar in een strafzaak verschillende ambtenaren en directeuren zijn veroordeeld voor omkoping. ACM verkreeg de taps van de Officier van Justitie en beboete op basis van de taps het bedrijf voor illegale prijsafspraken. De andere zaak draait om een kartel van scheepsafvalverwerkers. In beide gevallen deelde ACM een boete uit van 3 miljoen euro.

OM pas achteraf akkoord

Maar in beide gevallen oordeelt de rechtbank dat het bewijs onrechtmatig is verkregen en dat de boetes dus onterecht zijn. Belangrijk is dat het OM in de kwesties pas achteraf formeel akkoord heeft gegeven voor het hergebruik van de taps. Er is “geen kenbare, voor rechter toetsbare afweging van de officier van justitie” en daarmee is de privacy van de natuurlijke personen bij de beboete bedrijven geschaad.

ACM zelf heeft niet de bevoegdheid om via het aftappen van telefoongesprekken bewijsmateriaal te vergaren. “Dit is een welbewuste keuze van de wetgever geweest”, constateert de rechtbank. Taps uit een strafzaak zouden alleen bij ACM terecht mogen komen als het OM van te voren verstrekking noodzakelijk acht vanwege een “zwaarwegend maatschappelijk belang.”