OPTA is te enthousiast geweest bij het aanpakken van vermeende spywarebestrijders. Na zeven jaar procedures beslist het hoogste rechtscollege CBb, dat alle boetes worden geschrapt omdat de partijen niet rechtstreeks zelf de beruchte malware verspreidden.

Professionele cybercriminelen

Telecomwaakhond OPTA legde in 2006 (bekend gemaakt in 2007) een recordboete op aan twee individuen, Peter Emonds en Arjan de Raaf, en drie bedrijven, ECS International, Worldtostart en Media Highway, die betrokken waren bij de ontwikkeling en uitbating van de beruchte Dollarrevenue spyware.

De software werd zonder toestemming van de eigenaars op 22 miljoen computers geïnstalleerd. Daar vertoonde de applicatie reclame en hield het surfgedrag in de gaten. OPTA repte van 'superprofessionele' Nederlandse cybercriminelen.

In 2010 besliste de rechter al de betrokkenheid van één persoon en één bedrijf niet was bewezen en schrapte hun boetes. Nu beslist het CBb dat alle boetes onterecht waren.

Niet zelf verspreid

“DollarRevenue verspreidde de downloader niet zelf, maar liet dat over aan tussenpersonen (affiliates). Degene die de software in dit geval feitelijk plaatste was verantwoordelijk voor de informatieverstrekking en het geven van een weigeringsmogelijkheid. DollarRevenue is niet de (feitelijke) overtreder. Pas vanaf 1 juli 2009 kent de Algemene wet bestuursrecht namelijk de mogelijkheid om een boete aan een medepleger op te leggen. Omdat de overtreding voor 1 juli 2009 plaats vond, kan DollarRevenue zodoende evenmin als medepleger worden aangemerkt”, aldus het CBb in een verklaring.

Tegen de uitspraak is geen hoger beroep meer mogelijk. Naast de gebruikelijke beroepsprocedures liep er ook nog een zaak bij de Raad van State of OPTA de namen van de overtreders bekend mag maken. De Raad van State oordeelde dat als het boetebesluit van de toezichthouder eenmaal definitief (dus ná de bezwaarprocedure maar vóór een eventuele beroepsprocedure), het noemen van namen geoorloofd is.