De vragen werden gesteld naar aanleiding van perikelen rond een Amerikaanse vordering naar het Twitter-account van Rop Gonggrijp. GroenLinks-kamerlid Arjan El Fassed wilde van staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie weten hoeveel vorderingen bij sociale media worden verricht.

Geen opsplitsing

In het antwoord schrijft Teeven dat er totaalcijfers over het opvragen van gegevens wordt verstrekt, maar dat dit niet verder wordt opgesplitst naar sociale mediatype. Die getallen zijn afkomstig van de Unit Landelijke Interceptie (ULI) van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), die alle taps uitvoert. Daaronder vallen volgens Teeven ook de informatieverzoeken bij sociale media.

Maar hoe dat precies zit wil Teeven niet duidelijk maken. “De korpschef van het KLPD en de voorzitter van het College van procureurs-generaal hebben mij laten weten dat het belang van opsporing en vervolging zich verzet tegen het maken van een verdere uitsplitsing zoals door u gevraagd", schrijft de staatssecretaris aan El Fassed.

De bewindvoerder is ook niet in staat om te vertellen hoe veel mensen op de hoogte worden gebracht dat hun gegevens zijn opgevraagd. “De registratie van ULI omvat niet de status van betrokkene (wel of geen verdachte) en ook niet de notificatie", schrijft hij. Of mensen zich, net als Gonggrijp in de VS, verzetten tegen het leveren van informatie kan hij ook niet aangeven. “Het Openbaar Ministerie registreert niet hoe vaak de rechtmatigheid van een vordering bij de behandeling van de strafzaak is betwist of een klacht op grond van artikel 552a Sv is ingediend."

Privacy goed geregeld

El Fassed vroeg de regering verder om de Nederlandse situatie te vergelijken met die in IJsland, waar wordt gewerkt aan een sterke bescherming van digitale burgerrechten. Teeven stelt dat hij niet goed op de hoogte is over deze wetgeving.

Maar voor Nederland is alles in zijn ogen goed geregeld. “Ik meen dat de Nederlandse wetgeving, waaronder begrepen het Wetboek van strafvordering, een evenwichtig stelsel is, waarin de noodzakelijke inbreuken op de persoonlijke levenssfeer met adequate waarborgen zijn omkleed en dat daarop goed toezicht wordt gehouden door de rechter", schrijft hij in zijn antwoord aan de Kamer. Eventuele verzoeken om hier nog eens naar te kijken schiet hij onmiddellijk af. “Ik zie geen noodzaak voor een fundamentele herziening van dit stelsel."

Ontevreden

El Fassed is erg ontevreden over de antwoorden. “Nederland was al analoog aftapkampioen en nu blijkt dat justitie cijfers over het online afluisteren niet wil vrijgeven", vertelt hij Webwereld duidelijk geïrriteerd. “Ik zie met de beste wil van de wereld niet in hoe statistische gegevens de strafrechtspleging kunnen hinderen. Wellicht worden er vaker sociale media aangeboord dan aanvankelijk gedacht, zonder dat belanghebbenden daar weet van hebben.

Voor hem is de situatie onaanvaardbaar. “Gebruikers van sociale media mogen niet vogelvrij zijn. Alleen onder strikte voorwaarden die ook gelden voor het aftappen van telefoons en alleen met rechtelijk toezicht zou hiervan gebruik mogen worden gemaakt", meent hij. Op het moment van schrijven kon El Fassed nog niet aangeven wat hij verder met dit dossier zal doen.

Nieuw systeem

Het is vaker moeilijk gebleken om duidelijkheid te krijgen over taps. In 2009 liet de KLPD bij de beantwoording van een Wob-verzoek weten dat ze de nodige ICT-problemen hadden, en dat ze daarom geen informatie konden verstrekken. "Het is op dit moment niet mogelijk om op geautomatiseerde wijze, betrouwbare (valide) gegevens te genereren ten aanzien van het aantal taps op internet aansluitingen. Cijfers, voor zover al beschikbaar, zouden op handmatige wijze moeten worden gedestilleerd, een buitengewoon bewerkelijk en kostbaar proces", klonk het toen. Een nieuw systeem maakt nu enige statistische informatie beschikbaar.