Clinton, minister van Buitenlandse Zaken, eist van de Chinese overheid een uitgebreid onderzoek naar de hackaanvallen op Westerse bedrijven. Onder die 34 bedrijven bevinden zich Google, Adobe, Yahoo en Defensieleverancier Northrop. Google dreigt China te verlaten.

Formeel protest

De regering van de Verenigde Staten hield het na de bekendmaking van de hackaanvallen nog op een verklaring "bezorgd te zijn" en diende een formeel verzoek om opheldering in. Nu wordt er feller gereageerd. De VS heeft formeel protest aangetekend tegen de Chinese regering, wat diplomatiek hard overkomt. Tot op heden heeft het economische belang van grootmacht China gezorgd voor het sussen van conflicten.

Clinton heeft in een brede toespraak over censuur en onderdrukking uitgehaald naar China, meldt onder meer de Britse ict-nieuwssite The Register. Zij waarschuwt dat "landen die vrije toegang tot informatie beperken of die basisrechten van internetgebruikers schenden, het risico lopen zich af te sluiten van vooruitgang". Zij legt een link tussen internetvrijheid en algemene mensenrechten.

'Ongegrond'

De regering van China reageert scherp en noemt de aantijgingen ongegrond, meldt dagblad The Washington Post. Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken verklaart dat de VS moet stoppen met het gebruiken van zogenaamde internetvrijheid om ongegronde beschuldigingen tegen China te uiten.

De VS zou er alleen maar op uit zijn om de eigen normen en waarden op te leggen aan andere culturen. Woordvoerder Ma Zhaoxu van het Chinese ministerie stelt dat de VS nu de relatie tussen de twee landen schaadt.

Cyberterreur bestaat wel

De nasleep van de grootschalige, maar gerichte, aanval vanuit China op Google en zeker 33 andere grote Amerikaanse bedrijven luidt niet alleen een diplomatieke rel in, maar ook een ommekeer voor cyberwar. Eerder stelde de Amerikaanse overheidsdenktank CSIS (Center for Strategic & International Studies) nog dat cyberterreur eigenlijk niet bestaat. Niet op dit moment.

Dat stelde CSIS in een rapport (pdf) over de cyberaanvallen op websites in Zuid-Korea en de Verenigde Staten. De communistische regering van Noord-Korea zat daar achter, maar China was ook betrokken. Die ddos-aanvallen (distributed denial of service) worden door de Amerikaanse denktank echter niet gezien als cyberaanvallen.

"De gebeurtenissen in juli waren geen serieuze aanvallen. Ze waren meer een rumoerige demonstratie. De aanvallers hebben basale technieken gebruikt en geen echte schade aangericht", oordeelde CSIS-rapportschrijver James Lewis eind vorig jaar.

Terroristen en landen

Hij oordeelde toen dat terroristen nog geen mogelijkheden hebben voor cyberaanvallen. Het is wel een kwestie van tijd voordat dat zo is, erkent de expert van CSIS. "Volgens een zeer ruwe schatting is er een vertraging van drie tot acht jaar tussen de mogelijkheden van vergevorderde nationale inlichtingendiensten en de mogelijkheden die te koop of te huur zijn op de zwarte markt voor cybercrime", schrijft Lewis.

In het geval van de recente inbraken bij Google en 33 andere Amerikaanse bedrijven gaat het volgens zowel Google als de Amerikaanse overheid om een daad van de Chinese regering. De communistische overheid van dat Aziatische land ontkent deze beschuldiging.

Politieke escalatie

De eerdere cyberwar-ontkenning van denktank CSIS was mede gebaseerd op de stelling dat er tot op heden nog geen politieke escalatie is geweest die echt serieuze cyberaanvallen van legers of inlichtendiensten rechtvaardigt. Zo'n politieke escalatie lijkt nu wel ontstaan juist door een cyberaanval.

CSIS stelt al enkele jaren dat cyberterreur niet aan de orde is. De dreiging is overdreven, stelde de denktank in 2003. "Gevoelige computernetwerken vormen een steeds groter probleem voor bedrijven, maar het gevaar voor de nationale veiligheid is overdreven." De afhankelijkheid van bijvoorbeeld de economie aan computernetwerken, zoals ook het internet, is echter groot en sinds 2003 alleen maar toegenomen.