Als u behoort tot de tachtig procent van de bevolking die niet of nauwelijks bekend is met rfid, is een korte uitleg op zijn plaats. rfid is een technologie waarmee met behulp van radiosignalen de unieke identificatie van producten, dieren en personen op afstand mogelijk wordt gemaakt. rfid werkt als volgt: een chipje gekoppeld aan een antenne kan radio signalen opvangen die worden uitgezonden door speciale leesapparaten.

Het chipje gebruikt de elektromagnetische energie van het uitgezonden radiosignaal om een bericht terug te sturen aan het leesapparaat. De inhoud van dit bericht is de informatie die opgeslagen ligt in de chip. Meestal zal dit slechts een uniek nummer zijn, maar er kan ook aanvullende informatie in de chip worden opgeslagen zoals productinformatie of persoonsgegevens.

Omdat de technologie gebruik maakt van radiosignalen kunnen tegelijkertijd op afstand meerdere producten geïdentificeerd worden zonder dat hier, in tegenstelling tot de streepjescode, direct zicht voor nodig is. Met behulp van rfid kunnen daarom allerlei processen transparanter, efficiënter, intelligenter en veiliger worden gemaakt. Sommigen zien in rfid zelfs de belangrijkste technologische ontwikkeling sinds het internet. Voor de consument heeft rfid als grootste voordelen gebruiksgemak, betere service en veiligere producten.

Maar zoals een groot wijsgeer ooit heeft gezegd: "Elk voordeel heb zijn nadeel."

Dezelfde chip die onze maatschappij zo veel voordelen gaat bieden heeft mogelijk ook een schaduwzijde. Misbruik van de chip vormt namelijk een potentiële bedreiging voor de privacy van de burger. Omdat een rfid-chip in principe van afstand heimelijk kan worden uitgelezen, is het onduidelijk wie, wat, waar, hoe en wanneer te weten komt over de rfid-chips die de burger bij zich draagt. En als een product zo makkelijk gevolgd kan worden waarom een mens dan niet? Een doemscenario is dan al snel geschetst: iedere burger kan aan de hand van zijn rfid-chips gevolgd worden en zijn of haar volledige leven wordt door rfid transparant gemaakt. Big Brother is watching you!

Hoewel deze angsten zeker niet ongegrond zijn is enige nuancering toch op zijn plaats. Bij kritiek op rfid wordt door tegenstanders van rfid namelijk nogal eens uitgegaan van worst case scenario's gebaseerd op een onrealistisch beeld van de technische mogelijkheden van rfid. Dat is zonde, want hiermee wordt een veelbelovende en belangrijke technologie voor Nederland bij voorbaat in een kwaad daglicht gesteld.

Anderzijds gaan bedrijfsleven en overheid veelal te lichtzinnig om met de bezwaren die tegen het gebruik van rfid bestaan. Met ondoordachte implementaties van rfid-technologie hebben partijen zoals Gilette, Benetton, Metro en zelfs de Amerikaanse regering de terechte toorn van de burger over zichzelf afgeroepen, hetgeen de technologie ook geen goed doet.

Zowel de houding van tegenstanders als voorstanders van rfid is dus vaak weinig constructief. Ik ben van mening dat het niet de technologie zelf, maar de uiteindelijke toepassing ervan is die bepaalt welke (maatschappelijke) gevaren er al dan niet kunnen ontstaan. Om eventuele privacyrisico's tot een minimum te beperken is het dus zaak om de technologie op een verantwoorde manier in te zetten. Hierbij dient de privacywetgeving (die in het kader van rfid overigens volledig van toepassing is) als uitgangspunt te worden genomen.

Thomas Jefferson heeft ooit gezegd: "The price of freedom is eternal vigilance", oftewel: de prijs van vrijheid is eeuwige waakzaamheid. Ik denk dat waakzaamheid ook bij het gebruik van rfid geboden is opdat de technologie niet misbruikt kan worden door het bedrijfsleven, een overijverige overheid, of criminelen. Deze waakzaamheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle factoren binnen de maatschappij.

De ontwikkeling en het gebruik van rfid is dus het meest gebaat bij een constructieve dialoog en niet bij stemmingmakerij of struisvogelpolitiek. Gelukkig blijkt deze discussie uitstekend geschikt voor de Nederlandse poldermentaliteit: in tegenstelling tot het buitenland wordt in Nederland (onder andere binnen de Werkgroep Privacy & Rfid van Ecp.nl) wel samengewerkt aan een verantwoorde introductie van rfid technologie. Het is dan ook mijn verwachting dat we over enkele jaren zullen spreken over rfid én privacy in plaats van over rfid óf privacy.

Bart Willem Schermer (1978) studeerde rechten in Leiden (afstudeerrichtingen strafrecht en ict-recht) en trad in 2001 als juridisch adviseur in dienst van Ecp.nl, het platform voor eNederland. Bij Ecp.nl is hij werkzaam op onder meer de gebieden: privacy, auteursrecht en zelfregulering. Hij is secretaris van de Juridische Expert Groep en de Werkgroep Rfid & Privacy van Ecp.nl. Naast zijn werk voor Ecp.nl draagt Bart sinds januari 2005 de verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden van het Rfid Platform Nederland, een stichting die de toepassing van rfid in Nederland stimuleert. Voorts is hij als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Leiden alwaar hij promotieonderzoek verricht naar de verhouding tussen sociale controle en individuele vrijheid bij het gebruik van intelligente software agenten.