Dat blijkt uit een artikel op de website Gamez.nl. Snel na de terreuraanvallen ontkende de FBI geruchten dat de terroristen hun aanval konden hebben voorbereid met de vliegsimulator. Later werd duidelijk dat de vermoedelijke daders ook echte vlieglessen hadden genomen. Een uitgebreide reconstructie van Gamez laat echter zien hoeveel de daders met het programma kunnen hebben geleerd. Zo gaat het aanvliegen op de WTC-torens steeds beter als het vaker op de Simulator wordt geprobeerd. De tester van de Gamez-redactie merkt dat het toestel uiterst laat reageert op de ultieme bocht voor de crash. Met een snelheid van zeker 700 kilometer per uur is het aanvankelijk moeilijk de toren met richtingsroer en rolroeren midden voor de neus te krijgen. Ook blijkt tijdens de reconstructie van de rampvluchten – het programma laat de exacte datum en tijd instellen – hoe goed het moment gekozen was. Het WTC rijst in de vroege ochtend glashelder op in een zee van wolkenkrabbers. Al eerder kwam naar voren dat de kapers het moeilijkste onderdeel van vliegen, stijgen en dalen, niet hoefden te beheersen. Wie met de Simulator werkt, ontdekt dat het relatief eenvoudig is eenmaal in de lucht de automatische piloot uit te schakelen of anders in te stellen. Het programma biedt de virtuele piloot, net als in het echt, de mogelijkheid tijdens een vooraf ingeprogrammeerde vlucht een bestemming in te voegen. Dat kan een radiobaken op een landingsveld zijn. De navigatiebakens die op het WTC-centrum en het Pentagon stonden, kon de Gamez-redactie niet op de Simulator vinden. De vrijwel exacte nabootsing van cockpit, vliegtuigtype, vliegvelden en vliegtechniek maakt een reconstructie angstaanjagend realistisch. Het is geen wonder dat Microsoft besloot kort na de terreurdaden Flight Simulator 2002 later op de markt te brengen.