Telefoonspammers zijn een moeilijk uitroeibaar probleem in de VS. Robocalls worden ze genoemd, en de Amerikaanse handelswaakhond smeet er tienduizenden dollars tegenaan, in de hoop een oplossing te vinden. Succesvol noemt de FTC deze acties in een nieuw statement. Hoezo? Het heeft allemaal weinig geholpen.

Aanpakken is lastig. Dat komt doordat geautomatiseerde belletjes van politieke partijen, goede doelen en zorgdienstverleners wel legaal zijn. Voor hen geldt het Bel-me-niet-register dus niet.

Zo was er de wedstrijd Zapping Rachel (naar de telefoonrobot 'Rachel' die de organisatie eerder platlegde) waarin werd gezocht naar hoe securitytrucs die in de IT-sector worden gebruikt om spammers te weren, ook konden worden toegepast op een telefoonnetwerk. De organisatie beloonde bovendien twee onderzoekers met 50.000 dollar, omdat ze een blacklist-technologie hadden bedacht om een einde te maken aan telefoonspam waar honderdduizenden Amerikanen maandelijks over klagen.

Vorig jaar kreeg callcenter Dialing Services nog een boete van 2,9 miljoen dollar voor het plegen van 184 telefoontjes.

Humanity Strikes Back?

Maar alle miljoenenboetes en prijzengeld ten spijt: nieuwe oplossingen blijven nodig. Ten einde raad organiseert de FTC daar nog maar eens twee wedstrijden onder de noemer "Robocalls: Humanity Strikes Back." Kandidaten moeten ook dit jaar op zoek naar een honeypot die robocalls kan ondervangen.

Het beste idee wint 25.000 dollar plus alle credits op hackerscongres Defcon. In juni volgt DetectaRobo, een zoektocht naar een algoritme die robocalls uit deze honeypot-data vist.