Dat zegt het hoofd van de trustworthy computing group van Microsoft, Scott Charney, op de Cyberspace conferentie die nu in Londen wordt gehouden. De politie moet zich in onderzoeken allereerst helemaal thuis gaan voelen op een bedrijfsnetwerk, terwijl de sysadmin juist precies weet waar de informatie die tot bewijsmateriaal kan leiden, te vinden is.

Bedrijven willen vaak niet samenwerken met overheidsonderzoeken omdat zij huiverig zijn hun netwerken open te stellen, zei Charney op de conferentie. “Maar in de realiteit bleek het juist veel beter voor de bedrijven om zelf hun IT-afdeling aan het werk te zetten in de zoektocht naar bewijzen", zo heeft The Register opgetekend uit zijn mond.

De Microsoft topman was in het verleden chef van de Computer Crime and Intellectual Property Section van het Amerikaanse openbaar ministerie en heeft in die hoedanigheid geregeld te maken gehad met cybercrime en bedrijfsleven.

Anonimiteit versus criminaliteit

Hij sprak tijdens de conferentie over de wrijving tussen anonimiteit op het internet en het kunnen verantwoorden voor je daden op datzelfde internet. “Anonimiteit beschermt de vrijheid van meningsuiting en andere dingen die we willen beschermen, zoals de rechten van de mens. Aan de andere kant zijn er criminelen die slechte dingen doen, dus je wil dat wel terugleiden naar personen", aldus de topman volgens The Register.

Charney zegt dat nationale wetten moeten worden geharmoniseerd. In alle landen moet er genoeg kennis en mankracht zijn om cybercrime aan te pakken en die mensen moeten 24 uur per dag te bereiken zijn. Dit om zo snel mogelijk bewijs en informatie veilig te stellen en te delen.