Volgens Christiaan Baardman, vanaf volgende week coördinator bij het Kenniscentrum Cybercrime van de Rechtspraak, blijft de rechtspraak achter bij de explosieve groei aan computercriminaliteit. Dat komt doordat voor de politie vaak het kapot maken van de zaak “van groter belang” kan zijn dan een dader veroordeeld krijgen, constateert Baardman in een artikel op rechtspraak.nl. Daarnaast heeft cybercrime een grensoverschrijdend karakter, waardoor veel onderzoek van de politie ten goede komt aan het oplossen van zaken door buitenlandse opsporingsdiensten.

“De politie is dan bezig om zaken voor andere landen op te lossen, waarvan bij voorbaat vaststaat dat ze nooit voor onze rechter zullen komen”, zegt Baardman. “Jammer is alleen wel dat onze politie veel meer onderzoeken doet voor andere landen dan andersom, en de capaciteit is toch al zo beperkt.”

Bestanden wissen in plaats van arresteren

Het niet voor de rechter brengen van internetcriminelen gebeurde onder meer bij het onderzoek naar het netwerk van Robert M. in de bekende kinderpornozaak. Daarbij brak de politie in in computers, werden bestanden vernietigd en waarschuwingen achtergelaten dat de politie de websites in de gaten hield, vertelt Baardman, die die informatie weer heeft van het OM.

Het nadeel van deze werkwijze is dat een toetsing achteraf door de rechter van de inzet van opsporingsmiddelen uitblijft en de rechters nauwelijks ervaring krijgen met internetcriminaliteitszaken, net als overigens Officieren van Justitie. Overigens verwacht Baardmans wel een flinke toename van het aantal zaken als het wetsvoorstel van minister Opstelten wordt aangenomen.

Hacken van computers van verdachten

In dat wetsvoorstel wordt onder meer de uitbreiding van opsporingsbevoegdheden op het internet geregeld. Zo zou de politie voortaan computers van verdachten mogen hacken, spionagesoftware mogen plaatsen en wordt het meewerken aan het ontsleutelen van bestanden door verdachten verplicht gesteld.

Om rechters daarop voor te bereiden, gaat het Kenniscentrum Cybercrime de magistraten onderwijzen. “Om optimaal te profiteren van de weinige zaken die wel voor de rechter komen, proberen we hoger beroepszaken over cybercrime binnen het Haagse hof te concentreren”, zegt Baardman.